2021/1

RKD BULLETIN

Een reconstructie van De vijf zintuigen door Karel van Mander III

Angela Jager

Op dit moment wordt gewerkt aan de invoer van schilderijen uit een Deense particuliere collectie in RKD Explore. Dit project maakt honderden onbekende schilderijen van zestiende- en zeventiende-eeuwse meesters uit de Lage Landen openbaar en digitaal beschikbaar voor verder onderzoek. De digitalisering is het resultaat van mijn postdoctoraal onderzoek uitgevoerd bij het Statens Museum for Kunst in Kopenhagen in de periode 2017-2019. De werken die aangetroffen werden in Deense privécollecties zijn niet altijd van een bijzondere kwaliteit, maar bevatten regelmatig informatie over ons wél bekende meesterwerken. Dit artikel presenteert één zo’n geval: een kopiereeks naar de thans onvolledige serie De vijf zintuigen door Karel van Mander III (1609-1670), een Noord-Nederlandse schilder werkzaam aan het Deense hof.

De jonge jaren van de schilder
Karel van Mander III werd geboren in Delft, als zoon van de tapijtontwerper Karel van Mander II (ca. 1579-1623) en als kleinzoon van de beroemde schilder en auteur Karel van Mander I (1548-1606).1 De ouders van Van Mander III hadden beiden professionele betrekkingen in Denemarken. Zijn vader ontving vanaf 1616 meerdere opdrachten van de Deense koning Christiaan IV (1577-1648) voor tapijten (waaronder een serie van achttien tapijten voor slot Frederiksborg) en reisde hiervoor een aantal keer naar Denemarken.2 Nadat zijn vader overleden was verhuisde zijn moeder Cornelia Rooswijck (ca. 1576-1653) omstreeks 1626 met haar gezin naar Kopenhagen, waar zij een kruidenierswinkel begon. De zeventienjarige Van Mander kwam hoogstwaarschijnlijk met haar mee. Christiaan IV gaf de jonge schilder in 1630 de opdracht zijn portret te schilderen.3 Gezien de opdrachten die hierop volgden, was de koning tevreden met het resultaat.4

In 1635 verzocht Van Mander de Deense koning om toestemming en subsidie voor een meerjarige studiereis.5 De eerste bestemming was de Republiek, waar hij familie had wonen. Aan de hand van een ets van Albert Haelwegh (1620/1621-1673) naar een onbekend schilderij van Van Mander is door Juliette Roding reeds gesuggereerd dat hij Amsterdam bezocht en daar Rembrandts De roof van Ganymedes uit 1635 moet hebben gezien.6 In het Stadsarchief Amsterdam vond ik onlangs bewijs dat Van Mander en zijn moeder rond die tijd inderdaad in Amsterdam waren, namelijk in de zomer van 1636. Op 28 juli 1636 machtigden zij daar Johannes du Prez, echtgenoot van Sara van Mander, om in Haarlem de erfenis van Janneke van Mander te beheren.7 Sara was een dochter van Adam van Mander, oudoom van de jonge schilder; Janneke was een tante.8 Op 21 september 1636 staan Karel III en zijn moeder opnieuw in een Amsterdams register vermeld, ditmaal als getuigen bij de doop van Jacob, een zoon van Sara en Johannes du Prez.9 Het is niet bekend hoelang Van Mander in de Republiek bleef. Op 18 juli 1638 was hij in ieder geval in Italië. Dat is op te maken uit een document van deze datum waarin zijn moeder, zelf inmiddels terug in Kopenhagen, een betaling voor hem aannam.10 Uiterlijk 10 juni 1639 was de schilder terug in Kopenhagen; toen kreeg hij een boete van achttien rigsdaler opgelegd omdat hij ene Mads Madsen op straat had neergestoken.11 Er is geen verdere informatie over de toedracht, maar het incident had blijkbaar geen gevolgen voor Van Manders carrière aangezien hij in hetzelfde jaar door Christiaan IV werd aangesteld als hofschilder.

Een onvolledige serie
De serie De vijf zintuigen werd door Van Mander geschilderd in 1639. De werken behoren tot de eerste schilderijen die hij maakte na terugkomst in Denemarken. Het is niet bekend voor wie zij waren bestemd. Het ligt voor de hand dat hij de werken maakte voor Christiaan IV om te laten zien hoe zijn schilderkunst zich had ontwikkeld dankzij de door de koning bekostigde reis, maar er is geen bewijs dat de koning de serie ooit in zijn bezit heeft gehad.

De oorspronkelijke serie van vijf is niet meer volledig. Er waren tot voor kort drie Zintuigen bekend [1-3], en in dit artikel presenteer ik een vierde. In ieder schilderij representeert Van Mander een zintuig door middel van een halffiguur en een attribuut. Het gesigneerde en 1639 gedateerde werk Het Gezicht is een oude, grijzende man die door een pince-nez bril naar ons kijkt [1]. Hij draagt een ambtsketen met een medaillon waarop een man en profil met hoofddeksel te onderscheiden is, vermoedelijk Christiaan IV. Het Gehoor wordt gepersonifieerd door een oude vrouw die met haar rechterhand een blokfluit vasthoudt [2]. Op een Londense veiling in 2004 verscheen een werk dat aan deze twee schilderijen toegevoegd kon worden: De Smaak, verbeeld door een jongeman in een zwart fluwelen jas die gulzig drinkt uit een zilveren beker [3]. De drie werken reflecteren de schildertechniek en stijl die Van Mander gezien had in Amsterdam.

De originelen zijn geschilderd op eikenhouten panelen van circa 57 x 45 cm. Het paneel van Het Gehoor draagt op de achterzijde een ingeslagen zes-puntige ster, wat het merkteken is van een vooralsnog ongeïdentificeerde Antwerpse paneelmaker die actief was van ca. 1619 tot 1650.12 Een eventueel merk is op het paneel van Het Gezicht niet meer zichtbaar vanwege een op de achterzijde bevestigd stuk papier met daarop in een oud handschrift het eerste en het laatste deel van het gedicht dat Cornelis de Bie (1627-1711) schreef over Van Mander voor Het gulden cabinet van de edel vry schilderconst (1662).13 Beide panelen zijn van eikenhout gemaakt en van goede kwaliteit. Het ligt voor de hand dat Van Mander de volledige serie op Antwerpse panelen heeft geschilderd. Er bestond in Denemarken nauwelijks een lokale productie van schilderpanelen bestond. Ze werden waarschijnlijk net als andere schildersmaterialen grotendeels uit het buitenland geïmporteerd door het Deense hof en geleverd aan hofschilders.14 Er is in ieder geval één ander schilderij in de koninklijke collectie dat een merk van dezelfde paneelmaker draagt: IJsgezicht met schaatsers en sleeën op het ijs, onderdeel van het decoratieprogramma van de rijk gedecoreerde Winterkamer in Rosenborg Slot.15 Deze kamer is gevuld met ruim vijftig in Antwerpen geschilderde panelen uit de jaren 1615-1620, maar IJsgezicht is hier later aan toegevoegd en dateert uit dezelfde tijd dat Van Mander zijn Zintuigen schilderde.16 Het werk had oorspronkelijk een vergelijkbaar formaat als Van Manders Zintuigen en werd mogelijk in Kopenhagen geschilderd.17

Een volledige serie kopieën
Tijdens het onderzoeks- en documentatieproject ontdekte ik in een Deense privéverzameling een volledige reeks kopieën naar Van Manders Zintuigen. De werken zijn duidelijk geschilderd door een andere hand, van een mindere kwaliteit en op doeken van het iets hogere formaat 62,5 x 46,5 cm [4-8]. Het is nu voor het eerst mogelijk om ons een beeld te vormen van de volledige serie en van de twee ontbrekende zintuigen.

De kopie van De Reuk laat zien dat dit zintuig door Van Mander op traditioneel-allegorische wijze verbeeld werd door een jonge vrouw die aan een bloem ruikt, in dit geval een pioenroos [7]. Haar opengevallen hemd onthult haar linkerborst en zij draagt bloemen in haar haar. Zij zou gemakkelijk aangezien kunnen worden voor Flora of een personificatie van de vruchtbaarheid. Dankzij deze kopie kon ik het origineel van Van Mander identificeren: het kwam in 2015 onder de hamer bij veilinghuis Lempertz als toegeschreven aan de Antwerpse schilder Jan Boeckhorst (1604/1605-1668) [9]. Net als de drie andere originelen is dit werk geschilderd op een eikenhouten paneel met dezelfde afmetingen. Vergeleken met de kopie valt aan het origineel op dat de zwartlederen veter om de hals van de jonge vrouw ontbreekt [7]. Resten hiervan zijn met name onder haar borsten zichtbaar. De veter is vermoedelijk op een later tijdstip overschilderd.

Het Gevoel is minder traditioneel afgebeeld [8]. Een jongeman met een snor, donker krullend haar en een ontblote schouder duwt een pijl in zijn borst en schreeuwt het uit. De lichtval in het schilderij en zijn houding, kleding en uiterlijk suggereren – anders dan de andere vier zintuigen – dat Van Mander kennis had genomen van het Utrechtse Caravaggisme. Vergelijk Het Gevoel met bijvoorbeeld Dirck van Baburen’s Luitspeler uit circa 1621-1622 [10]. Van Mander is op verschillende manieren in aanraking geweest met de Utrechtse schilderkunst. Het is aannemelijk dat hij net voor of net na zijn reis Gerard van Honthorsts (1592-1656) Aethiopica-serie zag, die Christian IV op 11 oktober 1635 had ontvangen op kasteel Kronborg; zie met name de bleke Theagenes met bloedende wond en open mond in De gewonde Theagenes en de wanhopige Charicleia op het strand gevonden door piraten.18 Dat dit werk een bron was voor Het Gevoel blijkt uit Van Manders eigen Aethiopica-serie; in de scène Chariclea verpleegt de gewonde Theagenes met Egyptische rovers in aantocht is Theagenes in uiterlijk en kleding vergelijkbaar met Het Gevoel [11]. Ten slotte kan Van Mander tijdens zijn reis ook Utrecht bezocht hebben, waar in dezelfde periode, namelijk in 1637, de graveur Simon de Passe (ca. 1595-1647) in opdracht van het Deense hof op zoek was naar geschikte schilders voor de verdere decoratie van Kronborg.19

Herkomst van de serie
Behalve de volledige serie zijn mij thans kopieën bekend van Het Gezicht, Het Gehoor en De Smaak, allen op doek.20 Het bestaan van meerdere kopieën naar Van Manders Zintuigen geeft aan dat de serie enige reputatie had in Denemarken. De herkomst van de originele serie geeft ons inzicht in wie de reeks kopieën gemaakt zou kunnen hebben. De originele, door Van Mander geschilderde reeks blijkt tussen 1740 en 1766 nog compleet geweest te zijn, en in het bezit van de in Denemarken werkzame schilder Johann Salomon Wahl (1689-1765). De veilingcatalogus van Wahls nalatenschap in 1766 vermeldt de werken onder één lot: ‘C.v. Mandern, De 5 Sandser i 5 Originalstykker, 36 rigsdaler 3 m.’21 De omschrijving in de veilingcatalogus dat het de originelen betreft is een aanwijzing dat er op dat moment al meerdere series bestonden.22 De volledige kopiereeks staat in 1790 vermeld in een collectie-inventaris van een voorvader van de huidige eigenaar.23 Uit deze inventaris blijkt dat de werken niet door hemzelf gekocht waren – want dan liet hij er de aankoopprijs bijschrijven – maar dat hij ze had ontvangen uit een erfenis van zijn ouders of gekregen als geschenk. Wahl voerde in de achttiende eeuw voor een voorvader van de huidige eigenaar een decoratieprogramma uit in diens balzaal. Het is een aantrekkelijke gedachte dat de kopieserie in Wahls atelier is ontstaan, en dat hij die misschien aan zijn opdrachtgever geschonken heeft.

Dankzij de kopieën in privébezit kon de onvolledige serie van De vijf Zintuigen, geschilderd door Karel van Mander III in 1639, aangevuld worden met een vierde schilderij: De Reuk. We missen nu slechts het vijfde paneel, Het Gevoel. Hopelijk komt het origineel – nu we dankzij de kopie weten hoe het eruit moet hebben gezien – snel boven water.

1
Karel van Mander (III)
Het Gezicht: een oude man met een bril 1639
paneel 57,4 x 44,5 cm
Kopenhagen, SMK – National Gallery of Denmarkm
Foto museum

2
Karel van Mander (III)
Het Gehoor: een oude vrouw met een fluit 1639
paneel 57,6 x 44,7 cm
Kopenhagen, SMK – National Gallery of Denmark
Foto museum

3
Karel van Mander (III)
De Smaak: een jonge man drinkend uit een zilveren beker 1639
paneel 56,8 x 46,3 cm
veiling Londen (Christie’s), 7 juli 2004
Foto veilinghuis

#

4
Kopie naar Karel van Mander (III)
Het Gezicht: een oude man met een bril
doek 62,5 x 46,5 cm
Denemarken, particuliere collectie
Foto Frida Gregersen

#

5
Kopie naar Karel van Mander (III)
Het Gehoor: een oude vrouw met een fluit
doek 62,5 x 46,5 cm
Denemarken, particuliere collectie
Foto Frida Gregersen

#

6
Kopie naar Karel van Mander (III)
De Smaak: een jonge man drinkend uit een zilveren beker
doek 62,5 x 46,5 cm
Denemarken, particuliere collectie
Foto Frida Gregersen

#

7
Kopie naar Karel van Mander (III)
De Reuk: een jonge vrouw ruikt aan een pioenroos
doek 62,5 x 46,5 cm
Denemarken, particuliere collectie
Foto Frida Gregersen

#

8
Kopie naar Karel van Mander (III)
Het Gevoel: een man duwt een pijl in zijn borst
doek 62,5 x 46,5 cm
Denemarken, particuliere collectie
Foto Frida Gregersen

9
Karel van Mander (III)
De Reuk: een jonge vrouw ruikt aan een pioenroos
paneel 58 x 44,5 cm
Veiling Keulen (Lempertz), 14 november 2015
Foto veilinghuis

#

10
Dirck van Baburen
De luitspeler ca. 1621-1622
doek 82,5 x 66 cm
Veiling New York (Christie’s), 16 januari 1992
Foto collectie RKD

11
Karel van Mander (III)
Chariclea verpleegt de gewonde Theagene met Egyptische rovers in aantocht jaren 1640
doek 109 x 199 cm
Kassel (Hessen), Staatliche Kunstsammlungen, Museum Schloss Wilhelmshöhe
Foto museum


Noten

1 Voor de meest recente biografie van Karel van Mander III, zie: J. Roding, ‘Karel van Mander III. Background, education, life’, in: J. Roding, T. Lyngby, S. Pajung en J. Ørnbjerg, Karel van Mander. A dynasty of artists (Studies from the Museum of National History at Frederiksborg 3), Frederiksborg 2020, pp. 75-152; grotendeels een vertaling van J. Roding, Karel van Mander III (Delft 1609-Kopenhagen 1670), hofschilder van Christiaan IV en Frederik III. Kunst, netwerken, verzamelingen, Hilversum 2014. Een deel van de biografische informatie was eerder gepubliceerd door P. Eller, Kongelige portraetmalere i Danmark 1630-82. En undersögelse af kilderne til Karel van Manders og Abraham Wuchters' virksomhed, Kopenhagen 1971.

2 M. Skougaard, ‘Karel van Mander II’s Tapestries at Frederiksborg’, in: J. Roding, T. Lyngby, S. Pajung en J. Ørnbjerg, Karel van Mander. A dynasty of artists (Studies from the Museum of National History at Frederiksborg 3), Frederiksborg 2020, 39-73.

3 Roding 2020 (noot 1), p. 84-85.

4 Ibidem, p. 84-86.

5 Ibidem, p. 86-87.

6 Ibidem, p. 87-95.

7 Amsterdam, Stadsarchief Amsterdam (SAA), Archief van de Notarissen ter Standplaats Amsterdam (ONA), inv.nr. 1045, fol. 83r-84v, d.d. 28 juli 1636. Sara van Mander, dochter van Adam van Mander, ging op 11 mei 1629 in ondertrouw met Johannes du Prez, borduurwerker. SAA, Doop-, trouw- en begraafboeken Amsterdam (DTB), inv.nr. 434, p. 156, d.d. 11 mei 1629.

8 Dit blijkt uit een akte met datum 6 november 1627 waarin ‘Joost Joostensz, getrout hebbende Janneke Vermander […] wonende in Haarlem, […] als aengehylichte oom […] van ’s vaders syde van de naergelaten weeskinderen van wylen Carel Vermander, in sijn leven tapitsier tot Delft […] mitsgaders Adam Vermander, outoom der voorsz. Weeskinderen […]’; gepubliceerd in: G.T. van Ysselsteyn, Geschiedenis der tapijtweverijen in de Noordelijke Nederlanden. Bijdrage tot de geschiedenis der kunstnijverheid II, Leiden 1936, p. 205-206, nr. 442.

9 SAA, DTB, inv.nr. 130 (Waalse Kerk), p. 371, d.d. 21 september 1636.

10 Roding 2020 (noot 1), p. 86.

11 Ibidem

12 J. Wadum, ‘The Antwerp Brand on Paintings on Panel’, Leids Kunsthistorisch Jaarboek 11 (1988), pp. 179-195, met name p. 188, fig. 18a-b.

13 Het is niet bekend of De Smaak en De Reuk op de achterzijde een paneelmakersmerk dragen. Op het papier staat de volgende tekst: ‘Jst wonder dat het Rijck van t'strijtbaer Denemercken / Vindt groot behaghen in de hooch verheven wercken / Ghesproten uyt t'Pinceel van Manders kloeck ghemoedt / Die is van jonghs af in de Konsten op-ghevoedt. / Ter wijl sijn Vader was de gen' die meest de krachten / Heeft van Pictuer ghekent en schier al de gheslachten / Daer Denemarck op roempt, besonder Coppenhaghen / Al waer men noyt en siet de oeffeningh vertraghen, / Die Mander in het Hof des Coninckx daer hanteert / En wort om sijne Const als eenen Prins gheert, Vide het gulden cabinet van de edele vrij schilder-const door Cornelis de Bie, notaris binnen Lijer, pag. 314 Ao 1661.’ Zie ook: C. de Bie, Het gulden cabinet van de edel vry schilderconst, Antwerpen 1662, pp. 314-315.

14 Anne Haack Christensen vond in haar onderzoek naar schildersmaterialen in de Deense archieven ten tijde van Christian IV niets over de productie of import van panelen. Det Kongelige Farvekammer (De Koninklijke Kleurenkamer) had behalve papier geen dragers in voorraad. Het is wel bekend dat schilderdoek lokaal geproduceerd werd in het Tucht- en Weeshuis, en dat hofschilders hiervan doeken geleverd kregen, onder wie Van Mander in 1630 voor zijn portret van Christian IV. Koperen platen voor schilderijen werden eveneens lokaal geproduceerd. A. Haack Christensen, Crafts & colours during the reign of Christian IV. Trade, availability and usage of painters’ materials 1610-1626, diss. The Royal Danish Academy of Fine Arts, School of Conservation, Kopenhagen 2017, pp. 231-233.

15 J. Wadum, ‘Christian IV’s Winter Room and Studiolo’, Gerson Digital: Denmark (Dutch and Flemish art in European perspective 1500-1900, Part II), Den Haag (RKD) 2015, hoofdstuk 4; J. Wadum, 'A star of a panelmaker', in: WATS. Wadum Art Technological Studies, blog d.d. 22 december 2019 (geraadpleegd 25 maart 2021).

16 Wadum 2015 (noot 15), hoofdstuk 4.13; RKDimages, kunstwerknr. 242177.

17 Het schilderij was oorspronkelijk 47 x 63 cm, maar werd vergroot naar 51 x 63 om het te laten passen in de lambrisering in de Winterkamer: Wadum 2015 (noot 15), ibidem; RKDimages (noot 16), ibidem. Het betreffende keurmerk van het Antwerpse gilde was in gebruik vanaf 1638; Wadum dateert het schilderij ca. 1640.

18 Gerard van Honthorst, De gewonde Theagenes en de wanhopige Charicleia op het strand gevonden door piraten, in of voor 1635, doek, maten onbekend, Helsingør, Kronborg Slot.

19 Dit wordt ook gesuggereerd in Roding 2020 (noot 1), p. 98-100. Zie ook: H.D. Schepelern en U. Houkjaer, The Kronborg Series. King Christian IV and his pictures of Earl Danish History, Kopenhagen 1988. Karel van Mander III en Simon de Passe waren collega’s en werkten onder andere in 1634 samen bij het ontwerpen van kostuums en decoraties voor het huwelijk van Christian IV. H. Gerson, met annotaties van R. van Leeuwen, ‘Dispersal and after-effect of Dutch painting of the 17th century: Denmark. A translated, illustrated and annotated chapter from Horst Gerson’s Ausbreitung und Nachwirkung der holländischen Malerei des 17. Jahrhunderts (1942/1983)’, Gerson Digital: Denmark (Dutch and Flemish art in European perspective 1500-1900, Part II), Den Haag (RKD) 2015, hoofdstuk 2.6; M.R. Wade, Triumphus Nuptialis Danicus. German court culture and Denmark. The Great Wedding of 1634, Wiesbaden 1996.

20 Het Gezicht, draagt opschrift rechtsonder ‘18’, doek, 70 x 62 cm, veiling Kopenhagen (Bruun Rasmussen), 26 februari 2013, lot 128; Het Gehoor, doek, 56,5 x 39,4 cm, veiling Londen (Philips Auctioneers), 7 juli 1998, lot 165 (toegeschreven aan Bloemaert); De Smaak, draagt opschrift rechtsonder ‘L117’ en ‘20’, doek, 68,7 x 60,3 cm, Gavnø Slot (hoort vermoedelijk bij dezelfde serie als Het Gezicht dat hierboven wordt genoemd). Een veilingcatalogus uit 1790 maakt melding van twee ovale panelen met De Smaak en Het Gehoor door Van Mander, paneel, ca. 50 x 37 cm, veiling Kopenhagen (Jean Francois Fistaine), 3 februari 1790, nrs. 100 en 101.

21 Veiling Kopenhagen, 10-3-1766 (Lugt 1510), lot 16. Den Koniglige Malerisamling nam de twee schilderijen van Het Gezicht en Het Gehoor in 1810 over uit de verzameling van Johan Christian Bodendick. De serie is mogelijk reeds voor 1787 gesplitst; op de veiling van de collectie van ‘Milan’ op 13 december van dat jaar werd een paar Het Gezicht en Het Gehoor verkocht (zonder toeschrijving aan Van Mander). Ik dank Jesper Svenningsen (Statens Museum for Kunst), die mij op deze bron wees.

22 Karel van Manders nalatenschap omvatte ook drie van de vijf zintuigen op paneel, ‘3 stucker aff de fem sandser, 3 stucker skilderi paa trae’. Zie voor de nalatenschapsveiling: J. Roding, ‘The "Kunst und Wunderkammer". The library and collection of paintings of Karel van Mander III (c. 1610-1670) in Copenhagen’, Tijdschrift voor Skandinavistiek 27 (2006), pp. 25-42.

23 De werken staan in de inventaris vermeld als geschilderd door Van Mander; dit soort rooskleurige toeschrijvingen kunnen door de hele inventaris heen gevonden worden, zie: A. Jager, ‘Quantity over quality? Dutch and Flemish paintings in a Danish private collection’, in: A. Haack Christensen and A. Jager (red.), Trading Paintings and Painter’s Materials, 1580-1700 (CATS Proceedings IV, 2018), Londen 2019, pp. 26-38.

Cookiemelding

Tijdens het surfen op het internet worden uw voorkeuren onthouden door middel van cookies. Cookies zijn kleine tekstbestanden die door een internetpagina op een pc, tablet of mobiele telefoon worden geplaatst. Cookies worden gebruikt om uw gebruikerservaring te verbeteren door het anoniem monitoren van webbezoek, het delen van informatie op social media mogelijk te maken, de effectiviteit van online marketingcampagnes te meten en om online advertenties aan te passen aan uw interesses. Door te surfen op deze website gaat u akkoord met het plaatsen van cookies.
Ik ga akkoord