2021/1

RKD BULLETIN

Verzamelen voor het Haags Gemeentemuseum: Cees Kuijlman als verzamelaar van Nederlandse twintigste-eeuwse kunst op papier (I)

Jan Piet Filedt Kok

Tussen 1971 en 1975 verwierf het Haags Gemeentemuseum van de Maaslandse verzamelaar Cees Kuijlman (1917-1995) in vier groepen meer dan duizend bladen twintigste-eeuwse Nederlandse kunst op papier (grafiek en tekeningen) voor een bedrag van circa 250.000 gulden.1 Deze verzameling, die tussen 1966 en 1971 bijeen was gebracht, omvatte oorspronkelijk waarschijnlijk rond de 1500 bladen. Zowel over het tot stand komen van deze verzameling als over de verkoop aan het Haagse museum was tot dusverre weinig bekend, maar de geschiedenis daarvan levert een boeiend beeld op van de wijze waarop hedendaagse Nederlandse kunst op papier in deze jaren werd verzameld, waaruit wellicht lessen vallen te trekken voor het toekomstige institutioneel verzamelen, in het bijzonder van eigentijdse kunst.

De door het museum verworven collectie bestond, naast mooie groepen werk van overleden kunstenaars als Jan Toorop [1], Samuel Jesserun de Mesquita, Herman Kruyder en Piet Ouborg, grotendeels uit werk dat direct gekocht was van een beperkte groep eigentijdse kunstenaars, van wie Co Westerik, Dick Cassée, Carel Visser en Peter Vos duidelijk favoriet waren. Daarnaast werd het nodige werk verworven van JCJ VANDERHEYDEN, Sipke Huismans en Henri Plaat en van jongeren als Jeroen Henneman, Wim T. Schippers en Peter Struycken.

Cees Kuijlman
Cees Kuijlman, geboren in Weesp, begon na zijn HBS-opleiding een (onvoltooide) studie biologie, waardoor de natuur in al haar aspecten altijd zijn grote belangstelling heeft gehouden. In Vlaardingen ontmoette hij tijdens de Tweede Wereldoorlog Leni van Dooren, afkomstig uit een drukkersgeslacht aldaar, met wie hij in 1947 trouwde en met wie hij drie kinderen zou krijgen. Na de oorlog is hij bij de drukkerij betrokken geraakt, waar hij, na een aantal jaren als adjunct-directeur gewerkt te hebben, tot 1976 samen met zijn schoonvader Van Dooren (1897-1977) de directie gevoerd heeft.
Deze drukkerij verdiende haar geld voornamelijk met commercieel drukwerk, maar drukte daarnaast ook catalogi en andere publicaties voor musea in de buurt, zoals het Haags Gemeentemuseum, het Stedelijk Museum in Schiedam en Museum Boijmans-Van Beuningen in Rotterdam. Bijzondere zorg besteedde de drukkerij aan de reproducties die Openbaar Kunstbezit, dat in zijn bloeitijd meer dan 100.000 abonnees had, destijds rondstuurde zodat deze in wekelijkse radiopraatjes konden worden besproken. Om daarbij een optimale kwaliteit te garanderen werden de benodigde opnamen van de originelen ter plekke in de musea gemaakt, waarvoor de drukkerij een speciaal daarvoor bestemde auto had, voorzien van de benodigde fotoapparatuur.2

1
Jan Toorop
Meisjeskopje 1896
litho, druk in groen 141 x 137 mm
Den Haag, Kunstmuseum (Collectie C. Kuijlman)

Verzamelaar en kundig drukker
Hans Hoetink, destijds conservator van Museum Boijmans-Van Beuningen, waar rond de jaarwisseling 1968-1969 de tentoonstelling Co Westerik, tekeningen grafiek en aquarellen uit de verzameling C. Kuijlman plaatsvond, schreef ter introductie in de (bescheiden) catalogus:

De verzamelaar Kuijlman is een recente verschijning in de magere Nederlandse verzamelaarswereld. Door zijn drukkersvak kreeg hij geregeld zeer uiteenlopende originele werken onder ogen en juist omdat hij deze steeds moest reproduceren – o.a. voor Openbaar Kunstbezit – kreeg hij allengs meer oog en interesse voor de zeer moeilijk te reproduceren subtiliteiten van het origineel. Daarbij kwam zijn grote vaktechnische kennis van de reproductietechniek hem zeer te stade. In het “kijken” had hij zich bovendien jarenlang getraind door zijn bijna professionele ervaringen op fotografisch gebied. Slechts enkele jaren geleden zette Kuijlman zich met grote energie aan het verzamelen in de overtuiging dat teken- en prentkunst zich juist op de hand naar volle waarde laat genieten in een voor de toeschouwer passende omgeving en sfeer. Spoedig zag hij in dat, wilde hij een verzameling van enige betekenis opbouwen, hij zich moet beperken tot bepaalde kunstenaars en perioden.

Waar in het verleden Kuijlmans hobby’s onder meer jagen, vissen en fotograferen waren geweest, kwam daar in 1966 wegens gezondheidsproblemen het verzamelen van kunst bij. Hij deed dat, gevoed door zijn contacten met de museale wereld, op een voortvarende en ambitieuze wijze. In korte tijd moet de verzameling gestalte hebben gekregen, opgebouwd vanuit de eerder genoemde voorkeuren van de verzamelaar. De verworven bladen werden direct in zuurvrije passe-partouts gezet en geordend in een kast met honderden prenten- en tekeningendozen. Daarvoor had hij aan zijn woonhuis in Maasland een prentenkabinet gebouwd, dat bovendien was uitgerust met een perfecte stereo-installatie. Hij toonde er zijn nieuwe aanwinsten aan vrienden en museummensen als Hans Hoetink en Hans Locher, die beiden zorg droegen voor de respectievelijk in Rotterdam en Den Haag aanwezige prenten- en tekeningenverzamelingen en voor het tentoonstellen daarvan. Naast de catalogi voor tentoonstellingen in Rotterdam van Co Westerik in 1968-1969 en van Dick Cassée in 1969, produceerde hij als relatiegeschenk van zijn drukkerij in respectievelijk 1971 en 1972 boeken over Co Westerik (tekeningen, aquarellen en grafiek) en Carel Visser (beelden, tekeningen en grafiek) met inleidingen van Locher en Hoetink en uitmuntende reproducties.3

Wijze van verzamelen
Opmerkelijk bij Kuijlmans wijze van verzamelen van hedendaagse kunst was dat hij niet alleen geïnteresseerd was in het beste en meest recente werk van de betreffende kunstenaar, maar ook in diens ontwikkeling en in het tot stand komen van hun werk. In een brief uit de zomer van 1970 aan de tekenaar en graficus Theo Daamen (1939-2021) introduceerde Peter Vos de verzamelaar als volgt:

Een verzamelaar-drukker uit Maassluis – hij verzamelt o.a. Westerik, Cassée, J. v/d Heyden, en mijn werk, zag je tekeningen bij ons en zei toen, dat hij altijd al met je had willen kennismaken, omdat hij graag ook jouw werk zou willen verzamelen. Zijn belangstelling gaat uit naar een min of meer complete verzameling, d.w.z. werk uit min of meer alle tijden van een tekenaar-graficus.[… ] Hij is aardig en een schitterend drukker, maar heeft, als alle verzamelaars, neiging korting te willen hebben. Aan de andere kant zorgt hij er goed voor; alles in prachtige passe-partouts en speciaal gemaakte linnen dozen. Verder vind ik het wel een prettig idee, dat er ergens een overzicht van mijn werk keurig ligt opgeborgen. Het is aan hem besteed, bedoel ik. Je ziet maar…4

Tot een aankoop van het werk van Theo Daamen is het niet meer gekomen, want kort daarna begon Kuijlman met de verkoop van grote delen van zijn verzameling. Maar het beeld dat Peter Vos van Kuilmans manier van verzamelen geeft wordt door herinneringen van Dick Cassée en Co Westerik, wiens beider werk hij met hartstocht verzamelde, volledig bevestigd. Kuijlman begon met het kopen van werk van de kunstenaars in galeries, waarvan Fenna de Vries, galeriehouder sinds 1959, zich herinnerde dat hij zijn eigen grote rode stippen meebracht en bevestigde op de bladen die hij kocht. Al spoedig daarna begon hij rechtstreeks te kopen van de kunstenaars, die hij geregeld op hun atelier opzocht, waarbij hij ook op zoek was naar werk uit eerdere perioden. Zowel Cassée als Westerik herinneren zich dat hij het daarbij niet naliet om onder hun bed te kijken, denkend dat zij daar mogelijk hun beste werk apart hadden gehouden en/of in de hoop daar nog onbekend, eerder werk te vinden. Hij was daarbij uitdrukkelijk geïnteresseerd in de verschillende aspecten van hun werk en hun werkwijze. Hij bleef de ontwikkeling in hun werk volgen en kocht geregeld hun meeste recente werk. Hij betaalde contant en vroeg weliswaar om korting wanneer hij grotere aantallen bladen aankocht, maar kwam daarmee zelden onder het bedrag uit dat de kunstenaar gekregen zou hebben bij verkoop via een galerie. Daarmee vormden zijn veelvuldige aankopen een directe ondersteuning van de kunstenaars, en Kuijlmans enthousiasme voor hun werk leidde tot vriendschappelijk contacten. Dick Cassée herinnert zich dat hij herhaaldelijk door de verzamelaar in Amsterdam werd opgehaald om diens verzameling in Maasland te komen bekijken. Zoals al genoemd behoorden conservatoren als Hoetink en Locher tot de geregelde bezoekers om recent verworven bladen te bekijken. Tot in de zomer van 1971 bleef Kuijlman met groot enthousiasme het werk op papier van een selecte groep Nederlandse eigentijdse kunstenaars verzamelen. De door hem gedrukte boeken over Westerik en Visser moeten een bevestiging hebben gevormd van de kwaliteit van hun werk in zijn bezit. Hetzelfde geldt voor de tentoonstellingen van het werk van Westerik en Cassée uit zijn collectie in Rotterdam, zijn bruiklenen aan de Amsterdamse tentoonstelling van de grafiek van Jan Toorop in 1969 en aan de rondreizende Westerik-expositie in 1971.5

Verkoop van de verzameling
Door omstandigheden gedwongen besloot Kuijlman in de zomer van 1971 zijn verzameling te verkopen. Hans Locher, tussen 1965-1969 conservator van de Haagse prentenkabinet en daarna tot 1978 hoofdconservator moderne kunst, greep deze gelegenheid aan om de hele collectie in verschillende gedeelten in een aantal jaar voor het Gemeentemuseum in Den Haag te verwerven. In het najaar van 1971 stemden B en W in met de aankoop van 214 tekeningen en 268 prenten van Jan Toorop, Samuel Jesserun de Mesquita, Jacob Bendien, Charley Toorop, Co Westerik, Jan Mensinga, Piet Ouborg, Carel Visser, Peter Vos, JCJ VANDERHEYDEN, Henri de Haas, Henri Plaat, Sipke Huismans en Dick Cassée voor een bedrag van fl. 80.000. De motivatie in het aankoopvoorstel luidde: ‘Het museum heeft nu de unieke kans om de bekende verzameling moderne tekeningen en grafiek, die door de heer C. Kuijlman te Maasland bijeengebracht is, in de komende jaren in zijn geheel over te nemen. Periodiek kunnen wij gedeelten van de verzameling verwerven.’ Na een opsomming van de kunstenaars in de verzameling werd geconstateerd dat daaruit ‘blijkt dat deze is georiënteerd op de Nederlandse grafiek en tekenkunst van deze eeuw en perfect aansluit bij de verzameling en het verzamelbeleid van het Haags Gemeentemuseum. Van bijna alle hier genoemde kunstenaars werden reeds tentoonstellingen in het Haags Gemeentemuseum gehouden.’6

In 1972 werd een tweede groep van 292 tekeningen en 326 prenten van Jan Toorop , Jacoba van Heemskerk, S. Jesserun de Mesquita, Co Westerik, Jan Mensinga, Piet Ouborg, Carel Visser, Peter Vos, JCJ VANDERHEYDEN, Henri de Haas, Henri Plaat, Sipke Huisman en Dick Cassée voor een bedrag van fl. 135.000 aangekocht, en in 1974 werden nog eens 48 tekeningen van Co Westerik voor fl. 25.145 gekocht.7

Toen Kuijlman begon met het verkopen van delen van zijn verzameling behield hij van enkele van zijn favoriete kunstenaars een aanzienlijk aantal van de beste bladen. Hij vulde zijn verzameling in deze jaren nog aan met recent werk van Co Westerik. Hans Locher ging er toen van uit dat deze in een later stadium door verkoop of schenking wel naar het museum zouden komen, hetgeen uiteindelijk niet het geval bleek te zijn.

Een ander verzamelbeleid
In 1975, toen de verzamelaar uiteindelijk had besloten te stoppen met het verzamelen van kunst op papier, kreeg het museum opnieuw de kans een keuze te maken uit de restanten van de verzameling. Er kwamen bij die gelegenheid een honderdtal prenten- en tekeningendozen naar het museum, waaruit uiteindelijk een bescheiden keuze werd gemaakt: een vijftigtal tekeningen en twintig prenten werden aangekocht, voor een bedrag van fl. 50.000.8 Inmiddels had Hans Locher de leiding over de verzameling prenten en tekeningen doorgegeven aan de al eerder aangetreden conservator Kees Broos (1940-2015) en de in 1974 als assistent-conservator aangestelde Flip Bool (1947). Beiden sloegen nieuwe wegen in wat betreft tentoonstellingen en aankopen, met een sterke belangstelling voor nieuwe typografie en fotografie.9 Zij vonden de kwaliteit van de werken uit de verzameling Kuijlman te ongelijk en meenden dat museaal verzamelen een andere insteek vereist dan privaat verzamelen.10 Hoewel de favoriete kunstenaars van Kuijlman al door de eerdere aankopen ruim vertegenwoordigd waren, kan aangenomen worden dat enkele honderden bladen van de verzameling, waaronder veel van de beste bladen van Co Westerik, uiteindelijk geen plaats hebben gekregen in het Haags Gemeentemuseum. Voor Kuijlman moet dit een grote teleurstelling zijn geweest, te meer daar hij inmiddels was begonnen met een nieuwe verzamelhobby: kunst uit Afrika.11

Andere kopers
Het moet niet lang daarna geweest zijn dat Kuijlman aan de verzamelaar Karel Levisson (1917-1999) de gelegenheid bood om een keuze uit de resterende bladen te maken. Deze verwierf uit Kuijlmans verzameling meer dan 150 bladen, die onderdeel gingen uitmaken van zijn verzameling negentiende- en twintigste-eeuwse kunst op papier, die in 1995 door schenking terecht is gekomen in Rijksmuseum Twenthe in Enschede.12 Op deze verzameling komen we in de loop van dit verhaal terug, omdat zij bijdraagt tot een beter beeld van Kuijlmans collectie.

Het lijkt erop dat Kuijlman toen ook besloot de resterende tekeningen van Co Westerik voorlopig bijeen te houden. Zijn laatste aankoop van diens werk moet de aquarel met het fraaie Zelfportret uit september 1975 zijn geweest [2]. In 1979 en 1986 bood Kuijlman aan het Haags Gemeentemuseum, via de toenmalige conservatrice Mariëtte Josephus Jitta, twee groepen Westerik-tekeningen aan, meest aquarellen. In 1979 werden vijf van de aangeboden 19 bladen verworven en in 1986 zes van de 16 bladen, waaronder het Zelfportret.13 Anders dan in jaren 1971-1975 vroeg Kuijlman daarvoor niet de prijzen die hij er zelf destijds voor had betaald, maar gepeperde, wellicht marktconforme bedragen. Daaruit wordt duidelijk dat er een eind was gekomen aan de vriendschappelijke band tussen Kuijlman en het Haags Gemeentemuseum, waardoor hij zich vrij voelde om na de verkoop in 1986 de resterende Westerik-tekeningen te gunnen aan het echtpaar van Oosterom-Kleijn in Amsterdam. Hun prachtige verzameling van een kleine honderd Westerik-tekeningen werd in 2004 aan Museum Boijmans-Van Beuningen in Rotterdam geschonken. Dankzij deze transacties is een belangrijk deel van Kuijlmans verzameling toch in Nederlands museaal bezit gebleven.14

2
Co Westerik
Tekenaar met blauwe kiel en pet 1966
pen, aquarel en dekverf 200 x 246 mm
Den Haag, Kunstmuseum (Collectie C. Kuijlman)

Opmerkelijk blijft dat Kuijlmans collectie in slechts vijf jaar tussen 1966 en 1971 – is opgebouwd, snel daarna is afgesloten en dat een belangrijk deel ervan een museale bestemming kreeg. Kees Kuijlman, de zoon van de verzamelaar, benadrukte dat volgens zijn vader het bezitten van kunstwerken altijd een tijdelijke zaak was. Het bleef de kunstenaar toebehoren en was voor een breder publiek bedoeld: ‘Hij verzamelde een periode of oeuvre of techniek van een kunstenaar en stopte wanneer hij dit niet meer kon verrijken. Dan pakte hij ergens anders de draad op. Het doorgronden en weer doorgaan is wel een patroon in zijn leven, ook naast de kunst.’ Hans Hoetink karakteriseerde hem als ‘een monomaan en fanatiek verzamelaar, maar zeer wisselend van interesse, ondanks zijn perfectionisme, zo herinner ik mij ook de schuur waar hij zijn tuingereedschap en ander gereedschap tot in de perfectie bewaarde’.15 Zijn perfectionisme uitte zich ook volgens anderen die hem gekend hebben in de keuze van zijn geluidsapparatuur, jacht- en visgerei, en in zijn streven naar perfecte reproducties voor Openbaar Kunstbezit.


Noten

1 Mijn inleiding bij de opening van de tentoonstelling De jonge virtuoos Peter Vos, grafiek, tekeningen en getekende brieven 1952-1970 op 10 februari 2017 in het Gemeentemuseum Den Haag, was een eerste aanzet tot dit artikel. Omdat vrijwel al het werk van Peter Vos in het Haagse museum in 1971-1972 was aangekocht met de verzameling Kuijlman, verbaasde het mij dat er vrijwel niets over de samensteller van deze collectie bekend was. Dit was de reden om aan deze speurtocht te beginnen. Dank aan Susan Adam, Dingenus van de Vrie, Hans Locher, Hans Hoetink, Flip Bool en Kees Kuijlman, de zoon van de verzamelaar, voor hun informatie. Later werd deze informatie aangevuld met herinneringen aan de verzamelaar van Fenna de Vries, Co Westerik, Dick Cassée en oud-museummedewerkers, onder wie Mariëtte Josephus Jitta. Dank aan Joost Bergman voor zijn opmerkingen over de prenten van Carel Visser; aan Ton Geerts, Paul Knolle, John Polder en Ruud ter Beeke voor de informatie over de collectie Levisson in Rijkmuseum Twenthe, aan Susan Adam en Vivien Entius voor hun hulp bij het bekijken van de museale bestanden in het Haags Gemeentemuseum en aan Marja Stijkel voor het vergelijkingsmateriaal in het Rijksmuseum, Amsterdam. In Museum Boijmans-Van Beuningen te Rotterdam werd ik geholpen door Dingenus van de Vrie, Julia van de Bergh en Jan de Klerk en in het depot van het Stedelijk museum door Rolf de Kat, waarvoor dank. Voor de kritische lezing, suggesties en redactionele adviezen ben ik Carel Blotkamp, Ton Geerts, Jeroen Kapelle en Flip Bool bijzonder dankbaar; veel dank voor de zorgvuldige vertaling aan Katy Kist en Jennifer Kilian.
Zie over de geschiedenis van het museum dat thans Kunstmuseum heet de Wikipedia-pagina.

2 Zowel Hans Locher als Co Westerik herinnerden zich dat in de staf van de drukkerij de fotograaf Rob Broere een belangrijke rol speelde bij het bereiken van een optimale kwaliteit, terwijl zoon Kees Kuijlman mij er op wees dat het vinden van de drukprocedés te danken was aan Wim Fruitbos. In een anoniem interview met de titel ‘C. Kuijlman verzamelt prenten om mensen te kennen’ in de Nieuwe Leidsche Courant van 1 februari 1969 geeft Kuijlman aan dat de inspiratie om prenten te gaan verzamelen voortkwam uit de contacten die hij had bij het maken van reproducties voor Openbaar Kunstbezit. Hij vertelt dat hij tien jaar eerder met verzamelen was begonnen. ‘Ik verzamel mensen, geen platen. […] Ik koop tot ik het beeld [van een kunstenaar] compleet heb. Zo heb ik alle prenten van Westerik. Ik haal ze onder zijn handen vandaan. […] Als ik er niets meer in zie, doe ik het weg.’

3 H. Hoetink, Co Westerik. Tekeningen grafiek en aquarellen uit de verzameling C. Kuijlman, tent.cat. Rotterdam (Museum Boijmans-Van Beuningen) 20 december 1968-10 februari 1969; H. Hoetink, Dick Cassée. Grafiek en tekeningen uit de verzameling Kuijlman, tent.cat. Rotterdam (Museum Boijmans-van Beuningen), 24 maart-10 mei 1970; J.L. Locher, Westerik. Tekeningen, aquarellen grafiek, Vlaardingen (drukkerij van Dooren) 1971, met een opstel van H.R. Hoetink, een biografie en bibliografie; een tweede, aangevulde druk uit 1979 is uitgegeven door De Centaur/Omega Boek, Amsterdam en Standaard Uitgeverij Antwerpen, met stofomslag en vier extra afbeeldingen van aquarellen (pp. 73-76, afb. 64-67, uit 1974-1977), een herschreven inleiding van Locher en een aangevulde biografie; J.L. Locher, Carel Visser. Beelden, tekeningen en grafiek, Vlaardingen (drukkerij van Dooren) 1972.

4 Jan Piet Filedt Kok en Eddy de Jongh in samenwerking met Saïda Vos, Peter Vos. Getekende brieven, Amsterdam 2017, p. 157, nr. 75.

5 K.G. Boon, B. Spaanstra-Polak en J. Verbeek, De grafiek van Jan Toorop (1858-1928), tent.cat. Amsterdam (Rijksprentenkabinet, Rijksmuseum) 8 februari-13 april 1969, gedrukt door drukkerij van Dooren.

6 Den Haag, Kunstmuseum, dossier aankopen B 5282-KUIJL 1971. In deze periode diende het Haagse gemeentebestuur toestemming te geven voor alle aankopen van meer dan fl. 5000. Voorstellen daartoe werden gedaan na goedkeuring door een adviescommissie, waarin de wethouder van Cultuur zitting had. Het voorstel werd in deze commissie behandeld op 17 november 1971; het aankoopbudget van het museum bedroeg in 1971 fl. 550.000.

7 Den Haag, Kunstmuseum, dossier aankopen B 6780-KIJL 1974, inv.nr 1974, T 50-97: in vier dozen, 48 tekeningen van Co Westerik. Het voorstel tot aankoop werd behandeld op 19 april 1974; het aankoopbudget voor het museum bedroeg in 1974 fl. 600.000.

8 Een dossier van deze aankopen is in het museum niet gevonden, maar uit andere bronnen kan worden afgeleid dat het voorstel tot aankoop werd behandeld door de Commissie van advies op 7 mei 1975; het aankoopbudget bedroeg in 1975 fl. 700.000.

9 Kees Broos was tussen 1967 en 1982 in dienst van het museum en Flip Bool tussen 1974 en 1989, vanaf 1982 als hoofd moderne kunst.

10 E-mail Flip Bool, dd. 13 februari 2017: ‘Kees en ik voelden er in tegenstelling tot Hans Locher niet voor om alle tekeningen en grafiek over te nemen. De kwaliteit was ons inziens immers nogal wisselend. Daarom maakten wij er een beperkte keuze uit.’

11 Dit bleek uit gesprekken met Kees Kuijlman jr. in 2017-2018. Een aantal werken uit Afrika uit zijn collectie zijn uiteindelijk in het Afrika Museum in Berg en Dal terechtgekomen.

12 Dank aan Ton Geerts die mij wees op de door Levisson bijgehouden handgeschreven lijst van zijn verzameling, waarin de herkomst uit Kuijlmans verzameling (weliswaar zonder jaartal) wordt vermeld, met de daarvoor betaalde prijs ‘-20 %’. Vermoed kan worden dat hij dezelfde prijsstelling heeft gehanteerd als bij het Gemeentemuseum: de door hem betaalde aankoopprijs min 20 %.

13 Al in 1978 waren drie unieke drukken van Westerik-prenten van Kuijlman gekocht voor fl. 3.000.- (zie aankoop BN 943-KUYL 1978); zie over de aankopen in 1979, aankoopdossier BN 1030-KUYL 1979. Voor de 5 bladen van Westerik werd fl. 17.900 betaald. Zie voor de aankopen in 1986 aankoopdossier BN 3072/73-KUIJL 1986; de 6 tekeningen en aquarellen werden gekocht voor fl. 35.000. Daarnaast werden voor fl. 15.000 aangekocht: zes aquarellen van Cassée, 3 tekeningen van JCJ VANDERHEYDEN, 2 tekeningen en 1 prent van Visser, en een Sprookjesboek van Edgard Tytgat.

14 Kuijlmans erfgenamen bezitten nog een aantal bladen uit diens collectie. Een groep Westerik-bladen is na Kuijlmans dood in 1995 door de erven verkocht aan Galerie Fenna de Vries.

15 E-mail van Hans Hoetink, 12 februari 2017.

Cookiemelding

Tijdens het surfen op het internet worden uw voorkeuren onthouden door middel van cookies. Cookies zijn kleine tekstbestanden die door een internetpagina op een pc, tablet of mobiele telefoon worden geplaatst. Cookies worden gebruikt om uw gebruikerservaring te verbeteren door het anoniem monitoren van webbezoek, het delen van informatie op social media mogelijk te maken, de effectiviteit van online marketingcampagnes te meten en om online advertenties aan te passen aan uw interesses. Door te surfen op deze website gaat u akkoord met het plaatsen van cookies.
Ik ga akkoord