2022/1

RKD BULLETIN

Een onbekend schilderij van Melchior d’Hondecoeter

Lot Baumann

‘De Fenix in zyn Konst’, zo beschrijft kunstenaarsbiograaf Arnold Houbraken de schilder Melchior d’Hondecoeter (1636-1695).1 Hondecoeter was in de zeventiende eeuw dé specialist op het gebied van vogelstukken. Nu kennen wij de schilder vooral van de kamergrote beschilderde behangsels en schilderijen van parkachtige landschappen met exotische vogels zoals pelikanen en kasuarissen. Zijn werk vond gretig aftrek bij de rijke burgerij van Den Haag en Amsterdam en aan het hof van stadhouder-koning Willem III. Hondecoeter schilderde niet alleen exotische decorstukken, maar ook eenvoudiger pluimveestukken. Daarop scharrelen de kippen, eenden en andere vogelsoorten rond die hij zijn hele carrière bleef schilderen. Met spannende composities en levendige voorstellingen overtrof Hondecoeter elke andere vogelschilder van zijn tijd. Hij bouwde een indrukwekkend oeuvre op, en tegenwoordig worden er meer dan tweehonderd werken aan hem toegeschreven.

In dit artikel presenteer ik mijn onderzoek naar een onderbelicht pluimveestuk van deze meester [1]. Dit onderzoek vloeit voort uit mijn bachelorscriptie waarin ik het schilderij uitgebreid beschrijf en verbind aan een tekening uit het Rijksprentenkabinet. Het schilderij is gesigneerd, maar net als veel andere werken van de schilder niet gedateerd. Nadere bestudering van het schilderij heeft ertoe geleid dat het nu toch te plaatsen is in de chronologie van d’Hondecoeters oeuvre. Daarnaast is de relatie tussen de tekening verder uitgediept. Hoe verhouden zij zich tot elkaar?

De schilder Melchior d’Hondecoeter (1636 - 1695)
Melchior d’Hondecoeter kwam uit een echte kunstenaarsfamilie.2 Zijn grootvader Gillis de Hondecoeter (ca. 1575/1580-1638), een schilder van boerderijlandschappen, was onderdeel van de exodus van kunstenaars uit Vlaanderen die aan het einde van de zestiende eeuw naar de Republiek kwamen.3 Melchiors vader en leermeester Gijsbert de Hondecoeter (1604 -1653) trad in Gillis’ voetsporen en werkte als landschapsschilder. Later specialiseerde hij zich in landschappen met dieren en vogels [2]. Melchior was tot diens dood bij zijn vader in de leer.4 Daarna vervolgde hij zijn opleiding bij zijn oom Jan Baptist Weenix (1621-1659), een schilder van italianiserende landschappen en jachtstillevens met wild en gevogelte [3].5 Melchior borduurde voort op deze thema’s en slaagde erin het pluimveestuk te ontwikkelen tot een gewild genre bij het zeventiende-eeuws publiek. Na zijn leertijd vestigde hij zich in 1658 in Den Haag en vijf jaar later vertrok hij naar Amsterdam.6 Daar maakten zijn boerse pluimveestukken langzaam plaats voor parklandschappen met gevogelte en doorkijkjes met neo-classicistische architectuur. De vogels op de doeken werden steeds exotischer.7 De kopers van deze schilderijen waren gefortuneerde Amsterdammers die voor de decoratie van hun luxueuze buitenhuizen voor dit soort exotische vogelstukken kozen. Het hoogtepunt van zijn carrière bereikte Hondecoeter in de jaren zeventig, toen hij meerdere opdrachten kreeg van de stadhouder-koning Willem III. Voor onder andere jachtslot Soestdijk, Het Loo en Honselaarsdijk maakte hij grote decorstukken [4].8

Landschap met een duif, haan en hen en verschillende watervogels, voorheen bekend als Hoenderhof
Op 14 oktober 1936 ging, onder leiding van de Haagse directie van de Koninklijke Kunstzaal Kleykamp en veilinghuis Van Marle en Bignell, een schilderij vermeld als ‘Hoenderhof’ geschilderd door Melchior d’Hondecoeter onder de hamer [5].9 Op deze veiling werd de faillissementsboedel van de Amsterdamse tabaksmakelaar Matthias Knoops (1868 -1942) verkocht.10 Naast het schilderij van Hondecoeter werden onder andere ook werken van Jan Miense Molenaar en Simon Maris te koop aangeboden. Het Hoenderhof werd uiteindelijk voor 1550 gulden verkocht.11 Sindsdien is het schilderij in privébezit en via vererving bij de huidige eigenaar terechtgekomen.

Landschap met een duif, haan en hen en verschillende watervogels is een prachtig voorbeeld van hoe Hondecoeter een eenvoudig onderwerp door middel van een spannende compositie wist te transformeren tot een zeer levendige voorstelling. Een van de eerste beeldelementen waar het oog op valt is de staande Bankiva haan, vergezeld van een hen, rechts op het muurtje [6]. De haan draait zijn kop in de richting van een vanuit de linkerbovenhoek aanvliegende duif, die de rust van het paar op het muurtje bruut verstoort [7]. De beweging van de duif en de reactie van de haan en hen verbindt alle vogels uit de voorstelling met elkaar. Het zijn precies dit soort interacties die de vogelstukken van Hondecoeter zo fascinerend maken. De zwarte zee-eend op de voorgrond leidt de kijker de scène in. Zijn snavel wijst naar de haan, maar hij heeft zijn kop zo gedraaid, dat hij de beschouwer recht aan kijkt. Rechts van de eend slaat een eendenkuiken met gespreide vleugels de commotie gade [8]. De sterke licht-donkercontrasten, oftewel het gebruik van clair-obscur, benadrukken nog eens de spanning binnen de compositie en zorgen voor dieptewerking in het schilderij. Het contrast haalt de vogels naar de voorgrond: ze steken af tegen de donkere bosschage in de achtergrond.

1
Melchior d’Hondecoeter
Landschap met een duif, haan en hen en verschillende watervogels ca. 1658-1667
olieverf op doek, 113 x 144,5 cm
Nederland, particuliere collectie
Foto RKD/Vicky Foster

2
Gijsbert de Hondecoeter
Watervogels 1652
olieverf op paneel, 59 x 104 cm
Amsterdam, Rijksmuseum

3
Jan Baptist Weenix
Dode vogels, een brandewijnkom en een wijnglas op een kussen ca. 1650-1659
olieverf op doek, 64,8 x 54,8 cm
Veiling Londen (Sotheby’s) 26 april 2001, lot 91

4
Melchior d’Hondecoeter
Een pelikaan en ander gevogelte bij een waterbassin, bekend als ‘Het drijvend veertje’ ca. 1680
olieverf op doek, 159 x 144 cm
Amsterdam, Rijksmuseum

5
Hoenderhof in de veilingcatalogus van Kunstzaal Kleykamp en Van Marle & Bignell 14 oktober 1936
zwart-witreproductie, collectie RKD


6
Melchior d’Hondecoeter
Detail van afbeelding 1 met een haan en hen
Foto RKD/Vicky Foster

7
Melchior d’Hondecoeter
Detail van afbeelding 1 met een duif
Foto RKD/Vicky Foster


8
Melchior d’Hondecoeter
Detail van afbeelding 1 met eendenkuikens
Foto RKD/Vicky Foster

9
Melchior d’Hondecoeter
Detail van afbeelding 1 met een kalkoen
Foto RKD/Vicky Foster


Het geheel is glad geschilderd. Hondecoeter bracht de olieverf in meerdere dunne lagen aan op het doek. Op sommige plekken is zelfs nog wat van de grondering door de verf te zien. Veel van de vogels zijn vlot geschilderd, met zichtbare penseelstreken en toetsen. Dit is bijvoorbeeld goed zichtbaar bij de Bankiva haan en hen op het muurtje. Deze haan is een specialisme van Hondecoeter en komt, al dan niet in gelijksoortige houding, op tientallen van zijn schilderijen voor. Hier is de haan met felle kleuren weergegeven terwijl hij alarm slaat, de kop met open bek hoog opgericht tegen de indringer. De goudkleurige zadelveren op zijn rug zijn met individuele verfstreken op het doek gezet. Onder de dekveren is, bij de aanzet van zijn vleugels en de staart, heel subtiel het groen aangebracht. Het tussen het groen pluizende dons is weergaloos geschilderd met een uiterst fijn penseel. Hondecoeter laat de fijne lijnen van het verenpak door middel van graderend kleurgebruik oplichten op de plekken waar het zonlicht de haan raakt. Het natuurlijk glanzende verendek van de haan contrasteert sterk met het veel mattere verendek van het vrouwtje. Hondecoeter geeft haar lijf weer met grove penseelstreken. Alleen in haar kopje bracht hij fijnere toetsen en hoogsels aan. De lichtval op haar rug maakt Hondecoeter hier evident door lichte, gladde en brede verftoetsen.

De laatste accenten die Hondecoeter aanbracht op het schilderij zijn met dikke klodders op het doek gezet. Dat is bijvoorbeeld terug te zien in de lellen van de haan en bij de kop van de kalkoen [9]. Hoewel Hondecoeter snel en vlot schildert weet hij toch de tekening van de veren heel natuurgetrouw weer te geven. De beschouwer van nu kan nog steeds goed zien om welke vogelsoorten het exact gaat. Vogelkenner en historicus Ruud Vlek kon dan ook direct alle vogels op het schilderij identificeren.12 Zo is de moedereend met haar vijf kuikens een Bali-eend en op de tak links in de boom zit een cederpestvogel [10].

De beplanting die de voorstelling links en rechts flankeert is zo mogelijk nog veel gedetailleerder weergegeven. Alle bladeren en bloemen zijn heel precies met een klein penseel geschilderd [11]. Dit zogenaamde ‘bosstilleven’ doet sterk denken aan het werk van Otto Marseus van Schrieck (1619/1620-1678), de schilder die dit genre, het sottobosco, introduceerde in de Noordelijke Nederlanden en van wie Hondecoeter zelf ook een werk bezat.13 Opvallend is het mos, een patroon van gelige, dikke verfdotjes in de voorgrond en op de boomstammen. Hondecoeter maakte daarvoor gebruik van een spons of doek, een techniek die hij vaker toepaste in zijn werk. Hiervoor heeft hij ongetwijfeld naar Marseus van Schriek gekeken.14

Het ‘Landschap met een duif, haan en hen en verschillende watervogels’ vertoont niet de exotische vogels uit vreemde landen waar Hondecoeter zich later in zijn carrière op zou storten. Het ogenschijnlijk eenvoudig pluimvee dat hij in dit werk verbeeldt bestaat wel grotendeels uit speciaal gefokte siervogels. In het doorkijkje schilderde hij een neoclassicistische villa en fontein met een italianiserende gloed die doet denken aan de schilderijen van zijn oom Jan Baptist Weenix. Mijns inziens is het schilderij daarom te plaatsen in de overgangsfase van zijn vroegere boerenerven naar de latere classicistische tuinen. Ook de schilderstijl is in vergelijking met het latere werk minder verfijnd. Daarom is het schilderij als Haags of vroeg-Amsterdams te beschouwen en kunnen we een voorlopige datering toekennen van 1658-1667, de periode vanaf het moment dat hij zich registreert in Den Haag tot drie jaar na zijn aankomst in Amsterdam.

#

10
1. Tamme duif (Columba livia domestica), 2. Bankiva-hoen (Gallus gallus), haan en kip, 3. Kalkoen (Meleagris gallopavo), 4. Zwarte Zee-eend (Melanitta nigra), 5. Smient (Anas penelope), 6. Bali-eend (Anas platyrhynchos domestica), 7. Brilduiker (Bucephala clangula), 8. Grauwe Gans (Anser anser), 9. Cederpestvogel (Bombycilla cedrorum)
Illustratie RKD/Vicky Foster

11
Melchior d’Hondecoeter
Detail van afbeelding 1 met bosstilleven
Foto RKD/Vicky Foster

Kunst van de herhaling
Dankzij Houbraken kennen we een frappante anekdote over een gedresseerde haan, die Hondecoeter in zijn bezit zou hebben. Hij schrijft: ‘Dat hy den zelve maar zette by zyn Ezel, en dan door zyn schilderstokje het hoofd opwaards, of neerwaards, het lyf lings of rechts gedraait, of met wapperende wieken, of als voortgaande schikte, die dan in zulken gedaante stokstil bleef staan, tot dat het opstaan van zyn meester te kenne gaf, dat hy voor dien tyd met dus te staan uitgediend had.’15 Tegenwoordig hebben we echter meer concrete kennis over Hondecoeters werkwijze mede dankzij restauratieonderzoek naar de vogelstukken die hij vervaardigde voor Willem III.16 Hondecoeter herhaalde regelmatig hele scènes uit het ene schilderij in een volgend werk en maakte kopieën van composities met minimale variaties. Ook in het Landschap met een duif, haan en hen en verschillende watervogels maakt hij gebruik van terugkerende motieven. Het schilderij vertoont met name veel paralellen met het werk Vogels in een parkachtige omgeving [12]. Hoewel het een staand werk van kleiner formaat betreft, interrumpeert ook hier een duif een kalme scene aan de waterkant. Sommige eenden, zoals de slapende smient in het midden van het doek, zijn op precies dezelfde manier geschilderd in beide werken.. Net als in ons schilderij plaatste de kunstenaar een grote eend in de voorgrond die de beschouwer aankijkt. Hij varieerde echter met het motief door de draaiing van de kop en een alternatief verenpak.

Een ander werk waarmee het schilderij verband houdt is een olieverfschets met tien kuikens in verschillende poses [13]. Op deze Studie van eendenkuikens zijn de vogeltjes zeer gedetailleerd uitgewerkt, en vijf zijn er terug te vinden in Landschap met een duif. Dergelijke olieverfschetsen dienden als model voor grotere schilderijen. Het feit dat de proporties van de kuikens op de olieverfschets overeenkomen met de kuikens op het schilderij bevestigt dit.

Een tekening in het Rijksprentenkabinet
Het onderzoek naar het Landschap met een duif, haan en hen en verschillende watervogels leidde tot een opvallende vondst in het Rijksprentenkabinet. Het betreft een studietekening met op de voorzijde twee pauwen en op de achterzijde tien verschillende vogels met linksonder een compositieschets, die in het Rijksmuseum wordt toegeschreven aan Melchior d’Hondecoeter. De achterzijde, met de titel Schetsen van een compositie en verschillende vogels, toont een sterke verwantschap met het Landschap met een duif [14]. Hoewel er duizenden tekeningen uit de zeventiende eeuw zijn overgeleverd, zijn er maar weinig direct te koppelen aan een schilderij.17 Het is dus bijzonder dat wij de tekening van het Rijksprentenkabinet kunnen verbinden aan ons schilderij.

Tekeningen hadden van oudsher een belangrijke functie in het schildersatelier. De opleiding van een schilder was in de zeventiende eeuw gebaseerd op tekenles en het natekenen van steeds complexer werk van zowel zijn meester als van andere kunstenaars.18 Karel van Mander noemde tekenen niet voor niets ‘Den vader van t’schilderen’ in zijn Schilderboeck uit 1604.19 Kunstenaars bleven hun hele leven tekeningen maken, ter oefening en voorbereiding, maar ook voor het opbouwen van een zogenaamde motievenvoorraad. Deze tekeningen werden bewaard in albums in het atelier waar ze naar believen werden geraadpleegd.20 Het hergebruik van motieven gaf hen de mogelijkheid om snel tot nieuwe composities te komen en efficiënter te werken.21

De tekeningen die direct kunnen worden gerelateerd aan schilderijen zijn te verdelen in twee categorieën: composities die een beeld geven van de opzet van het werk als geheel, en detailstudies van belangrijke onderdelen van het uiteindelijke schilderij. Binnen deze categorieën bestaan talloze variaties al naar gelang de precieze functie van de tekeningen en de werkmethode van de kunstenaar. Kunstenaars ontwikkelden hun eigen methoden die aansloten op hun stijl en atelierpraktijk.22 Maar er zijn ook tekeningen naar composities van anderen. Nadere bestudering van het studieblad toont aan dat het hier gaat om een werk uit deze laatste categorie. Er zijn verschillende aanwijzingen die erop duiden dat hier niet gaat om een voorstudie, maar dat de tekening het schilderij volgt.

12
Melchior d’Hondecoeter
Vogels in een parkachtige omgeving ca. 1658-1667
olieverf op doek 100,3 x 92,7 cm
Buenos Aires, particuliere collectie
Foto met dank aan de eigenaar

13
Melchior d’Hondecoeter
Studie van eendenkuikens ca. 1669
olieverf op doek 32 x 40 cm
Particuliere collectie
Foto Galerie Koller

14
Schetsen van een compositie en verschillende vogels
rood krijt op papier, 371 x 313 mm
Amsterdam, Rijksmuseum, als door Melchior d’Hondecoeter

In Schetsen van een compositie en verschillende vogels zijn de losse vogels in rood krijt op het papier gezet. De vogels zijn met vlotte hand getekend, de compositieschets linksonder in de hoek is niet meer dan een snelle schets. Door afsnijding van het papier is die laatste helaas niet meer in zijn geheel zichtbaar. Toch valt bij nadere bestudering ook hier het oog meteen op de haan op het muurtje. De kalkoen en de pestvogel linksboven op de tak zijn eveneens in dezelfde positie terug te vinden op het schilderij. Door de schetsmatige stijl van de tekening worden de overeenkomsten pas duidelijk wanneer je het schilderij ter referentie naast het studieblad kunt houden.

Wat direct opvalt aan de compositieschets op het studieblad is het ontbreken van de duif. In het schilderij heeft de duif juist een zeer belangrijke functie in de compositie. Het dier is echter wel prominent als losse vogel op het studieblad afgebeeld. De hoenders daarentegen zijn wel afgebeeld in de compositieschets, maar ontbreken als losse figuren. Deze afwijkingen duiden erop dat de tekenaar de vogels van de compositieschets en de figuurstudies samen bij elkaar in één voorstelling moet hebben gezien. De tekenaar heeft ook de verhoudingen van het schilderij overgenomen. Dat blijkt uit een vergelijking van de onderlinge verhoudingen tussen de losse vogels op het studieblad en die van de vogels op het schilderij. De drie eendenkuikens op de tekening bleken 2,5 maal kleiner. Deze bevindingen roepen de vraag op waarom Hondecoeter een studie zou willen maken van vogels die hij zelf al geschilderd had. Of was de tekenaar een ander?

De afbeelding op de voorzijde van het studieblad duidt in dezelfde richting. Twee Pauwen is prachtig uitgevoerd en veel minder schetsmatig dan de losse vogels op de achterkant, maar het linker dier mist een poot [15]. Marrigje Rikken vond exact dezelfde pauwen op twee andere schilderijen. Op Vogels in een park is de ontbrekende poot verdwenen achter een witte moederkloek, op het andere schilderij, uit de omgeving van Hondecoeter, is de poot verborgen achter een boomstronk [16].23 Daar het ongebruikelijk is om in een dergelijke figuurstudie niet het gehele dier af te beelden, oppert Rikken dan ook dat het hier om een kopieschets gaat die in het atelier van Hondecoeter door een assistent of leerling gemaakt kan zijn.24 De veronderstelling dat Hondecoeter gebruik maakte van assistenten in zijn studio is gebaseerd op zijn grote productie en de wisselende kwaliteit van zijn schilderijen.25 Helaas is daar verder niets over bekend. Van slecht één van zijn leerlingen kennen we de naam: Willem van Royen.26

Conclusie
Het Landschap met een duif, haan en hen en verschillende watervogels is kenmerkend voor de snelle en efficiënte werkwijze van Hondecoeter. Hij liet dezelfde motieven regelmatig terugkomen in nieuwe composities. Door het werk grondig te bestuderen wist ik het te dateren ten tijde van zijn Haagse of vroeg-Amsterdamse periode tussen 1658 en 1667. Hondecoeter ontwikkelde in die periode een steeds elegantere schilderstijl, met exotischer vogels en rijkere tuinen en architectuur.

Een vergelijking met de tekening waarop de compositie en een aantal details geschetst zijn, wijst erop dat deze niet heeft gefungeerd als voorstudie, maar dat het een natekening moet zijn geweest. De tekenaar van het studieblad lijkt verschillende type vogels uit de originele voorstelling te hebben geschetst en de compositie als geheugensteun voor hun positie in het schilderij te hebben gebruikt. Ik heb beargumenteerd dat de tekening het schilderij volgt, maar wat betekent dit voor de huidige toeschrijving van de tekening aan Hondecoeter? Zou hij door een van zijn assistenten of leerlingen zijn gemaakt? Of is het een navolger van Hondecoeter geweest die zijn werk bewonderde en heeft nagetekend? Wie deze tekening heeft gemaakt en of de tekening in het atelier is ontstaan blijft daarom vooralsnog giswerk.

15
Twee Pauwen
rood krijt op papier, 371 x 313 mm
Amsterdam, Rijksmuseum, als door Melchior d’Hondecoeter

#

16
Melchior d’Hondecoeter
Vogels in een park
olieverf op doek, 135 x 155 cm
Sint Petersburg, museum de Hermitage


Noten

1 A. Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, Amsterdam 1718, p. 75.

2 Het merendeel van de auteurs houden het geboortejaar 1636 aan zoals Houbraken dat vermeldt in De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen. Van den Wijngaart plaatst in zijn artikel de kanttekening dat dit geboortejaar niet met zekerheid is vast te stellen. De auteur noemt het door Abraham Bredius opgenomen document van notaris J. Lissant uit Den Haag. In dit document is een schuldverklaring opgenomen op 9 maart 1662, waarin Hondecoeter ‘out 26 jaeren’ staat geschreven. Dat zou betekenen dat Hondecoeter ook in 1635 geboren zou kunnen zijn. Er bestaan geen documenten die zijn geboortejaar exact vermelden. Vooralsnog gaan auteurs uit van het door Houbraken genoemde geboortejaar 1636. M. van den Wijngaart, ‘Melchior d’Hondecoeter (1636?-1695) I’, Antiek 29 (1994) 4, p. 9. Zie ook: A. Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, Amsterdam 1718, p. 68.

3 J. Briels, Vlaamse schilders in de noordelijke Nederlanden in het begin van de Gouden Eeuw, 1585-1630, Haarlem, 1987.

4 M. Rikken, Melchior d’Hondecoeter. Vogelschilder, Amsterdam 2008, p. 8.

5 M. Rikken, Melchior d’Hondecoeter. Vogelschilder, Amsterdam 2008, p. 11.

6 F. Obreen, Archief voor Nederlandsche kunstgeschiedenis. Verzameling van meerendeels onuitgegeven berichten en mededeelingen betreffende Nederlandsche schilders, plaatsnijders, beeldhouwers, bouwmeesters […], Rotterdam 1877-1890, 7dln., dl. 4 (1881), p. 70.

7 E. Vlieger, ‘Melchior d’Hondecoeter (1636-1695), der beste mahler umb vögeln zu mahlen’, Kunstschrift Geverfde Vogels 39 (1995) 4, p. 16.

8 E. Vlieger, ‘Melchior d’Hondecoeter (1636-1695), der beste mahler umb vögeln zu mahlen’, Kunstschrift Geverfde Vogels 39 (1995) 4, p. 20.

9 Antieke Meubelen, antiek porselein en aardewerk, oude en moderne schilderijen, tapijten, loopers, gordijnen, kronen, haarden, kristal en glaswerk, grote collectie zilverwerken…[etc], veilingcat. Den Haag (Kunsthal Kleykamp/Van Marle & Bignell) 14 oktober 1936, nr. 266.

10 ‘Faillissementen’, De Tijd. Godsdienstig-staatkundig dagblad 15 mei 1938, p. 2. De levensdata en het beroep van Knoops zijn samengesteld uit archiefbronnen: Amsterdam, Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaarten, nr. 30238, inv.nr. 437; Den Haag, Haags Gemeentearchief, Haags bevolkingsregister (gezinskaarten), nr. 0354-01.936.

11 Zie het bijgevoegde krantenknipsel in de veilingcatalogus Antieke Meubelen, antiek porselein en aardewerk, oude en moderne schilderijen, tapijten, loopers, gordijnen, kronen, haarden, kristal en glaswerk, grote collectie zilverwerken…[etc], veilingcat. Den Haag (Kunsthal Kleykamp/Van Marle & Bignell) 14 oktober 1936.

12 Email van R. Vlek aan L. Baumann, d.d. 5 april 2020.

13 Hondecoeters boedelinventaris uit 1695 maakt melding van ‘Een [schilderij] van Otto Marseus’. A. Bredius, Künstler-Inventare; Urkunden zur Geschichte der holländischen Kunst des XVIten, XVIIten und XVIIIten Jahrhunderts, 8 dln., Den Haag 1915-1921, dl. 4 (1917), p. 1211.

14 M. Rikken, Melchior d’Hondecoeter. Vogelschilder, Amsterdam 2008, p. 57.

15 A. Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, Amsterdam 1718, p. 72.

16 In 2007 vond de restauratie plaats van drie werken van Rijksmuseum Amsterdam: De Menagerie, ca. 1690, De filosoferende ekster en Jachtbuit bij een bordes. Hierbij werd veel bekend over de grondering, werden ondertekeningen ontdekt en bleek dat Hondecoeter ondanks het gebruik van standaardposes van verschillende vogels, bleef experimenteren op het doek. M. Rikken, Melchior d’Hondecoeter. Vogelschilder, Amsterdam 2008, p. 55.

17 W. Robinson en P. Schatborn, ‘Drawing into Painting: an overview’, in: G. Luijten, P. Schatbron en A. Wheelock Jr. (red.), Drawings for paintings in the age of Rembrandt, tent.cat. Washington (National Gallery of Art) 2016, p. 5.

18 W. Robinson en P. Schatborn, ‘Drawing into Painting: an overview’, in: G. Luijten, P. Schatbron en A. Wheelock Jr. (red.), Drawings for paintings in the age of Rembrandt, tent.cat. Washington (National Gallery of Art) 2016, p. 5.

19 K. van Mander, ‘Den Grondt der Edel vry Schilder-const. Waer in haer ghestalt, aerdt ende wesen, de leer-lustighe Jeught in verscheyden Deelen in Rijm-dicht wort voor ghedraghen’, in: Het schilder-boeck (facsimile naar de editie Haarlem 1603-1604), Utrecht 1969, f. 8r.

20 W. Robinson en P. Schatborn, ‘Drawing into Painting: an overview’, in: G. Luijten, P. Schatbron en A. Wheelock Jr. (red.), Drawings for paintings in the age of Rembrandt, tent.cat. Washington (National Gallery of Art) 2016, p. 5.

21 L. Wepler, ‘Acquisitions: Paintings’, The Rijksmuseum Bulletin 63 (2015) 1, p. 96.

22 W. Robinson en P. Schatborn, ‘Drawing into Painting: an overview’, in: G. Luijten, P. Schatbron en A. Wheelock Jr. (red.), Drawings for paintings in the age of Rembrandt, tent.cat. Washington (National Gallery of Art) 2016, p. 5.

23 Schilderij in de verzameling van S.J. graaf van Limburg Stirum te Olst, 1938.

24 M. Rikken, Melchior d’Hondecoeter. Vogelschilder, Amsterdam 2008, p. 53.

25 J.A. Spicer en R.C. Mühlberger, ‘Hondecoeter, d' family [de Hondecoutre; de Hondekoter],’ Grove Dictionary of art, 2003 (Grove Art online).

26 A. Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen, Amsterdam 1718, p. 74.

Cookiemelding

Tijdens het surfen op het internet worden uw voorkeuren onthouden door middel van cookies. Cookies zijn kleine tekstbestanden die door een internetpagina op een pc, tablet of mobiele telefoon worden geplaatst. Cookies worden gebruikt om uw gebruikerservaring te verbeteren door het anoniem monitoren van webbezoek, het delen van informatie op social media mogelijk te maken, de effectiviteit van online marketingcampagnes te meten en om online advertenties aan te passen aan uw interesses. Door te surfen op deze website gaat u akkoord met het plaatsen van cookies.
Ik ga akkoord