2022/1

RKD BULLETIN

Horatius Paulijn (ca. 1644-1684): leven en werk van een grensoverschrijdende schilder

Rieke van Leeuwen

In oktober 2021 verscheen in RKDStudies de Engelse vertaling en bewerking van Arnold Houbrakens beroemde Groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen (1719-1721).1 In de schildersbiografieën beschreef Houbraken hun ‘levensgedrag en konstwerken’, voor zover hij hierover informatie had weten te vergaren. Een opmerkelijke biografie in de Groote Schouburgh is die van Horatius Paulijn (ca. 1644-1684). Volgens de schrijver was hij een godsvruchtig man, die paradoxaal genoeg erotische tafereeltjes schilderde. Met de intrigerende beschrijving van Houbraken als uitgangspunt wordt in dit artikel nagegaan wat er te achterhalen valt over het leven en werk van deze buitenissige kleine meester, die in meerdere Noord-Europese landen actief was. De bijdrage wordt besloten met een lijst van 24 schilderijen die op naam van Paulijn staan. De oeuvrelijst bevat zowel werken waarvan een afbeelding bekend is (tien) als werken die we alleen uit beschrijvingen kennen (veertien).

Een Engelsman in Amsterdam
‘Wat landsman HORATIUS PAULYN was, weet ik niet, maar hy heeft altyd in Holland, inzonderheid tot Amsterdam, zig onthouden’, schreef Arnold Houbraken in zijn Groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen.2 Ook Jacob Weyerman schrijft later dat ‘wij hem het vaandel over ’t hoofd [zullen] slingeren, en voor een Nederlander boeken’.3 De schilderijen van Paulijn zien er inderdaad Nederlands uit. Het zijn verfijnde portretten, genrestukken en stillevens, met een zorgvuldige stofuitdrukking en klassieke elementen, zoals beeldhouwwerk en zuilen in de achtergrond [1]. De meeste zijn voluit gesigneerd, met dateringen tussen 1672 en 1682. Jarenlang werden ook diverse schilderijen met het monogram HP aan Paulijn toegeschreven, maar deze blijken alle van de hand van Hendrick Pot (ca. 1580-1657) te zijn.4

De naam van onze schilder, die zowel met ‘Paulyn’ als ‘Paulin’ signeerde, duidt op een herkomst uit Engeland, Schotland of Ierland. Waar Paulijn werd opgeleid, is niet bekend. In de Amsterdamse archieven wordt hij vijfmaal genoemd in de jaren van 1668 tot en met 1673. De eerste vermelding is die van zijn ondertrouw met de Zwolse Martha Steeds (geboren ca. 1640-begraven 2 juli 1698) op 7 april 1668. Horatius Paulijn, schilder, blijkt 24 jaar oud te zijn en uit ‘Baet’ te komen, waarmee ongetwijfeld Bath in Engeland wordt bedoeld.5 Horatius en Martha kregen drie kinderen, van wie de oudste jong stierf. Ze werden alle drie ten doop gehouden in de Nieuwe Kerk in Amsterdam: Maximilianus (gedoopt 10 Juli 1669-begraven 8 mei 1671), Barbara (gedoopt 28 Juli 1671-begraven 22 Februari 1714) en Maria (gedoopt 10 september 1673).6 De familie moet in deze jaren dus Nederduits gereformeerd zijn geweest (sinds 1816 bekend als Nederlands Hervormd).

1
Horatius Paulijn
Interieur met een stilleven van een borstbeeld, boeken, een luit en een hoed met veren gerangschikt op een met een oosters kleed bedekte tafel vroege jaren 1670
olieverf op doek, 51,4 x 38,7 cm
veiling Londen (Sotheby's) 3 juli 2019, nr. 112

Uit de namen van de getuigen in de archiefstukken valt iets op te maken over de sociale omgeving van de Paulijns in Amsterdam. Sommige lijken namelijk verbasterde Engelse namen, zoals het echtpaar Elhuig/Eelhuig (waarschijnlijk 'Elwich'), dat als getuige staat vermeld in het ondertrouwregister. Bij de doop van Maximilianus in 1671 waren een zekere Paulus Hummart en Francijntje Paulyn (een zuster?) de getuigen.

Het einde der tijden en het Ware Christendom
Tot Paulijns kennissenkring behoorde ook de vijftien jaar oudere Toussaint Gelton (ca. 1630-1680). Deze ambulante schilder en kunstagent werkte vanaf 1657 zowel voor het Zweedse als het Deense hof, maar in de jaren tussen 1667 en 1673 woonde en werkte hij in Amsterdam. Hij was getuige bij de doop van Paulijns dochter Barbara in 1671.7 Zou Paulijn een leerling of medewerker van Gelton zijn geweest? Dit is niet ondenkbaar, maar er is geen bewijs voor. In ieder geval moeten ze elkaars werk hebben gekend. Van Gelton weten we dat hij in contact stond met de Zuid-Nederlandse mystica en schrijfster Antoinette Bourignon (1616-1680), die verkondigde dat het einde der tijden zou aanbreken en dat alleen ware Christenen konden worden gered. In de jaren 1667-1671 verbleef zij in Amsterdam.8 Mogelijk kende Paulijn haar ook.

In het doopregister van het Amsterdamse Stadsarchief staat verder dat een zekere Hendrick van Swinderen (1635-1698) en zijn vrouw Anna of Tanneke Denijs (1638-1700) getuigen waren bij de doop van Paulijns jongste dochter Maria in 1673.9 Net als Antoinette Bourignon maakten de Van Swinderens deel uit van een transnationaal radicaal-spiritualistisch netwerk met anti-kapitalistische kenmerken, ook wel de Derde Macht genoemd. Denijs was een onheilsprofetes die leefde in de overtuiging dat het einde der tijden nabij was. Ook zij schreef godsdienstige werken, waarin zij verkondigde door God te zijn uitverkoren om het Ware Christendom op aarde te doen herstellen. Tanneke Denijs en Antoinette Bourignon stonden aanvankelijk op goede voet, maar uiteindelijk zagen ze elkaar vooral als concurrenten.10 De geschriften van Denijs zijn sterk beïnvloed door de Duitse mysticus en theosoof Jakob Böhme (1575-1624) [2]. Diens gedachtegoed vond in deze periode ook ingang bij andere profeten en spiritualisten en hun volgelingen in de Nederlanden, Engeland en Schotland, Denemarken en Noord-Duitsland. Net als Gelton moet Horatius Paulijn zich sterk aangetrokken hebben gevoeld tot deze mystieke beweging, zoals straks zal blijken.11

Schilder van erotische tafereeltjes
In elk geval drie schilderijen van Paulijn zijn gemaakt in Amsterdam aan het begin van de jaren 1670. Een ervan is het 1672 gedateerde Stilleven met schedel, kaars, bladmuziek, een mandoline en folianten op een tafel tegen een donkere achtergrond (nr. 8), waarvan echter geen afbeelding kon worden achterhaald. In 1673 voltooide Paulijn de pendantportretten van Jacob van Ring (overleden 1678) en Maria Heymerick (ca. 1630-1708), waarvan – voor zover bekend – alleen het vrouwenportret gesigneerd en gedateerd is (nrs. 2 en 3) [3-4].12

2
Pieter van Gunst
Portret van de Duitse theoloog Jakob Böhme (1575-1624)
kopergravure, 223 x 173 mm
Londen, British Museum, inv.nr. Bb,7.200


3
Horatius Paulijn
Portret van Jacob van Ring (?-1678) ca. 1671-1673
olieverf op doek, waarschijnlijk 44 x 38 cm
Canada, particuliere collectie
Foto collectie RKD

4
Horatius Paulijn
Portret van Maria Heymerick (ca. 1630-1708) 1673
olieverf op doek, 44 x 38 cm
veiling Parijs (Rémy Le Fur) 21 oktober 2006, nr. 59


Arnold Houbraken had nooit een werk van Paulijn gezien, maar wist wel dat deze erotische tafereeltjes had geschilderd. Dit moet uitzonderlijk zijn geweest in de Republiek, want Houbraken vermeldt slechts twee andere gevallen van dergelijke voorstellingen in de Grote schouburgh, namelijk de sodomitische schilderijen van Johannes Torrentius (1588-1644) en de pornografische prenten van Romeyn de Hooghe (1645-1708), die beide kunstenaars overigens danig in de problemen brachten. Houbraken geeft uitvoerig en glashelder zijn mening over het maken van obscene voorstellingen, die tot ontucht en misbruik zouden aanzetten. ‘Hier past het spreekwoord: Men behoeft geen luizen in de pels te zetten, ze komen er genoeg van zelf in’, schrijft hij nuchter.13

Een van Houbrakens bronnen voor zijn biografie over Horatius Paulijn was de schilder Johannes Voorhout (1647-1717), die tijdens de Franse invasie in het Rampjaar 1672 naar Duitsland was uitgeweken en drie jaar in Hamburg verbleef. Deze had ‘eens een kleen stukje [van Paulijn] gezien […], dat zoo vuil en ydel in zijn vertooning was, dat hy zich van wegen den maker schaamde, maar ’t was kragtig en uitvoerig geschildert’. Verder wist Houbraken dat de bekende kunsthandelaar Gerrit Uylenburgh (1625-1679) eens zo’n pikant schilderijtje van Paulijn had ‘dat hij wel op 200 Ducaten waardeerde’.14 Uylenburgh had dus blijkbaar klanten voor dit soort werkjes, die hier goed voor betaalden. Tot nu toe zijn er geen werken met dergelijke voorstellingen van Paulijn bekend. Later in dit artikel komen andere aanwijzingen voor het bestaan ervan aan het licht en wordt een erotisch getint tafereeltje aan hem toegeschreven.

Roerige tijden
Vanaf het moment dat in het Rampjaar plotseling de oorlog uitbrak werd het voor schilders moeilijker om de kost te verdienen, zeker voor de wat minder bekende. Onder aanvoering van koning Lodewijk XIV was het Franse leger op 12 juni de Rijn over gestoken en Gelderland binnengevallen. De invasie van Overijssel door de Munsters-Keulse troepen was op 1 juni al begonnen. Pas twee maanden later kwam de brute verrassingsaanval tot stilstand dankzij de waterlinie, die liep vanaf Muiden tot voorbij Gorkum. Talloze vluchtelingen zochten daarachter een veilig heenkomen, vooral in Amsterdam. Ook vele schilders uit de bezette gebieden waren naar Amsterdam getrokken, zodat daar de concurrentie groeide, terwijl de vraag naar schilderijen daalde.15

Toch had Horatius Paulijn in 1673 nog wel een opdracht, getuige de portretten van Jacob van Ring en Maria Heymerick. Zijn stillevens en andere werken kreeg hij in deze periode vermoedelijk moeilijker verkocht dan voorheen. Zijn klant Gerrit Uylenburgh was vanaf 1672 in zwaar weer terechtgekomen door diens levering van Italiaanse schilderijen aan de Duitse keurvorst Friedrich Wilhelm von Brandenburg (1620-1688), die de werken terugzond onder beschuldiging van bedrog. De kunsthandelaar zou het verlies van zijn goede naam nooit te boven komen. Toen bovendien de kunstmarkt instortte, ging Uylenburgh in 1675 failliet en vertrok hij kort daarna naar Engeland.16 Horatius Paulijn had al in het voorjaar van 1674 besloten om naar het buitenland af te reizen, zo lezen we bij Houbraken. Hoewel economische omstandigheden vermoedelijk ook bij hem een rol speelden, had zijn vertrek echter in de eerste plaats een religieuze reden.

Naar Hamburg (maar eerst naar Schotland?) met Johannes Rothé
Houbraken schrijft dat Paulijn een volgeling was van de profeet Johannes Rothé (1628-1702), heer van Oud-Wulven en Wayen: ‘Horatius vertrok onder het gezelschap van Jan Rote (die van een optogt naar 't Heilig Land maalde) meê, eerst naar Engeland, en van daar naar Hamborg, om aanhang te werven’.17 Deze Johannes Rothé was een bekende figuur: een geestelijk leider, chiliast en utopist, afkomstig uit een vermogende en invloedrijke Amsterdamse patriciërsfamilie. Hij predikte dat in Engeland en Nederland na vele catastrofen het duizendjarige rijk zou aanbreken, met Amsterdam als het nieuwe Jeruzalem. In januari 1672 publiceerde hij Eenige prophetien en revelatien Godts, dat werd opgevat als een voorspelling van het Rampjaar.18 Hierdoor kreeg Rothé de nodige aanhangers, onder wie een aantal aanzienlijken. Ook het eerder genoemde echtpaar Van Swinderen moet tot deze kring hebben behoord. In de Republiek werd Rothé inmiddels als staatsgevaarlijk gezien, omdat zijn geschriften en pamfletten zich ook tegen prins Willem III richtten, die als bestuurder oppermachtig was en een groot deel van de zittende regenten verving door prinsgezinden. Een pamflet uit 1674 bevat een spotprent waarin een hovaardige Willem III als een afgod wordt aanbeden [5].19 Op 25 maart 1674 vertrok Rothé met zijn volgelingen, onder wie blijkbaar Horatius Paulijn, naar Hamburg en Buxtehude, waar ze tot in augustus bleven, in afwachting van een teken van God.

Of Paulijn – samen met Johannes Rothé – al eerder naar Engeland reisde, zoals Houbraken beweert, is niet zeker, maar het zou goed kunnen. Beide hadden een band met het eiland: Rothé was door Charles II in de adelstand verheven en zijn vrouw, Sara Hartlib, was Brits.20 Paulijn kwam uit Bath, Engeland. De meeste activisten in het piëtistische milieu waren mobiel en beschikten ook over voldoende middelen om hun reizen te bekostigen. Zo reisde Tanneke Denijs in mei 1673 via Den Haag naar Schotland, enkele maanden voordat ze getuige was bij de doop van Paulijns jongste dochter in Amsterdam.21 Dat ze op dat moment een baby van een half jaar had en de oorlog nog in volle gang was, vormde blijkbaar geen belemmering.22 Vermoedelijk was Paulijn tegen 1670 eveneens in Schotland. Dit valt op te maken uit het portret een vrouw uit de Schotse familie Cunnyngham dat, gezien de kleding en haardracht, in die tijd moet zijn gemaakt (nr. 1) [6]. Het portret sluit goed aan bij de Britse smaak en verschilt sterk van het ingetogen portret van Maria Heymerick.

In ieder geval vertrok Paulijn, zoals gezegd, in maart 1674 met Rothé vanuit Amsterdam in de richting van Hamburg. ‘Maar zulks liep niet al te breed voor wind,’ vervolgt Houbraken, ‘door dien zy nu en dan tegenstrevers ontmoetten, en ook van hun kisten, opgevult met Stamvanen en Standaarden, waar mede zy het Heilige Land zouden intrekken, berooft wierden’. Inderdaad had Johannes Rothé een Standaert des Heeren, of banier, van 15 voet (= ca. 4,5 m) laten maken. In Een nieuwe hemel en aerde (1673) beschrijft hij precies hoe deze banier en het ceremonieel daaromtrent eruit moesten zien. Hier komen ook de door Houbraken genoemde kisten te sprake, die waren gevuld met wapentuig dat nodig was voor de – achteraf weinig effectief gebleken – bescherming van het heilige voorwerp.23 Rothé’s geschrift Een nieuwe hemel en aerde is voorzien van een drietal anonieme prenten. Op de eerste zien we de standaard te midden van een kring uitverkorenen; naast de banier staan de twaalf standaarddragers, die onderweg de kisten droegen [7].

Hoe ging het verder na de roof van de heilige attributen? ‘Trouwens daar was niet veel aan verloren’, vervolgt Houbraken laconiek, ‘aangezien de Leidsman van die Heilige legerbende, onderwege zynde, bevond dat hy zig in de uitcyfferinge der Prophetische tydrekeninge, hondert jaren vergist had. Dus elk met hangende wieken weder naar zyn oude hok keerde’. Inderdaad viel de aanhang uit elkaar toen Rothé’s voorspellingen van vele catastrofen niet uitkwamen. Een van de volgelingen werd gearresteerd en de rest, ook de grote leider zelf, wist te ontkomen.24 Uiteindelijk werd Rothé eind 1676 in Amsterdam gevangen gezet. Al eerder waren daar een zetter, plaatsnijder, drukker en distributeur gearresteerd vanwege hun betrokkenheid bij Rothé’s afgodsprent [5]. Volgens de verhoren was de graveur een zekere Jurriaan Broeck, die verklaarde dat hij de prent had uitgevoerd naar een ontwerp van Rothé, van wie hij had geloofd dat deze een profeet was.25 Het is overigens goed denkbaar dat Horatius Paulijn de hand had in de ontwerpen van de prenten, die werden uitgevoerd op strikte aanwijzingen van Rothé.

‘Waar Horatius vervaren is, heeft men sedert niet gehoord’, schrijft Houbraken. Vermoedelijk was Paulijn verstandig genoeg om niet naar Amsterdam terug te keren en bleef hij, na het uiteenvallen van de groep, nog enige tijd in Noord-Duitsland rondhangen, waar hij Johannes Voorhout moet hebben getroffen. Gezien de situatie is het niet verwonderlijk dat hij in Hamburg geld nodig had. Op 27 april 1674 tekende Paulijn een wissel voor de Hamburgse koopman en slavenhandelaar Christiaen Meschman, die deze in juni van dat jaar kon verzilveren bij de kunsthandelaar Gerrit Uylenburgh in Amsterdam.26 Een andere deelnemer van ‘het volk van de standaard’ rond Rothé, de dichter en mysticus Quirinus Kuhlmann (1651-1689) verbleef, nadat de groep uit elkaar was gevallen, enige tijd in Lübeck, waar de vaker genoemde Tanneke Denijs zich bij hem voegde.27 Mogelijk had Paulijn contact met hen en deed hij ook Lübeck aan, zich beradend over vervolgstappen in zijn leven.

Sporen in Denemarken en in Schotland
Na de mislukte pelgrimage met Johannes Rothé moet Paulijn tenslotte naar Denemarken zijn uitgeweken, waar hij met zijn vrouw en kinderen verbleef. Of zij waren meegereisd in de optocht met Rothé, of dat zij zich later bij hem hadden gevoegd, is niet duidelijk. In elk geval ontving Paulijn in 1676 een Deens paspoort om met zijn vrouw en twee kinderen naar Schotland te reizen.28 Zoals eerder bleek, was Schotland bekend terrein voor hem. In 1682 schilderde hij het Portret van Emilia Balfour, Countess of Moray (ca. 1636-1683), een werk dat zich nog altijd in Schots particulier bezit bevindt (nr. 6) [8].

Er zijn overigens meer sporen van Paulijn te vinden in Denemarken dan in Schotland. Zou hij vaker heen en weer hebben gereisd tussen deze landen? In 1917 publiceerde de Deense kunsthistoricus Gustav Falck een gesigneerd en eveneens 1682 gedateerd schilderij van Horatius Paulijn met het portret van Sophia Amalia Moth (1654-1719), de minnares van de Deense koning Christian V, die hem zes kinderen schonk, onder wie twee zonen, Christian en Ulrik Christian Gyldenløve (nr. 5) [9].29 Daarnaast somt Falck tien schilderijen van Paulijn op die worden vermeld in achttiende- en negentiende-eeuwse Deense veilingen, die er op wijzen dat Paulijn langere tijd in Denemarken actief was. Het betreft de veilingen van de collecties Christian Danneskjold-Samsøe (1702-1728) (nr. 13-15), Otto Thott (1703-1785) (nr. 16, 19), Lorenz Spengler (1720-1807) (nr. 11, 17), Frederik Conrad Bugge (1754-1842) (nr. 20) en tenslotte van koning Frederik VII (1808-1863) (nr. 21, 22).30 Christian Danneskjold was de kleinzoon van koning Christiaan V en diens minnares Sophia Amalia Moth. De drie genrestukken in Danneskjolds collectie kwamen mogelijk uit de erfenis van deze grootmoeder, die de schilder had gekend. De schilderijen van Paulijn uit de collectie van koning Frederik VII zijn vermoedelijk afkomstig uit de collectie van Christiaan V, van wie hij rechtstreeks afstamde.

Paulijn en Gelton
Hoewel Paulijn duidelijk actief was in kringen rondom het Deense hof, zijn er geen archiefstukken bekend van betalingen of andere betrekkingen. Er is wel gesuggereerd dat de schilder Toussaint Gelton, die getuige was geweest bij de doop van Paulijns dochter Barbara, een bemiddelende rol kan hebben gespeeld. Gelton was vanaf eind 1673 tot aan zijn dood in 1680 in dienst van Christiaan V.31 Vreemd genoeg kende de kunstenaarsbiograaf Houbraken Toussaint Gelton helemaal niet. De woorden waarmee Houbraken Paulijn typeerde – ‘Hy was naar 't scheen een man, die de godvrugt beminde, maar schilderde somwyl voorwerpen, die nergens minder dan daar na geleken’ – zijn eveneens op Gelton van toepassing. Er is een schilderijtje van Gelton bewaard gebleven waarin de geslachtsgemeenschap zichtbaar in beeld is gebracht, een werk dat uit de koninklijke collectie stamt [10]. Er zijn meer erotische werkjes in de Deense museumcollecties aanwezig, alle op handformaat en duidelijk bedoeld voor privégebruik.32 Deze zijn aan het hof verzameld, vermoedelijk (ook) door Christiaan V.

De vraag rijst of Paulijn wellicht ook pikanterieën in Denemarken schilderde, net zoals hij in Amsterdam voor Uylenburgh had gedaan. In Deense veilingcatalogi komen op naam van Paulijn diverse beschrijvingen voor van voorstellingen zoals die van Gelton, waarin een slapende, naakte Venus door saters wordt bespied, die mogelijk grensoverschrijdend waren (nrs. 19-22). In de collectie van het Statens Museum for Kunst komt een klein schilderijtje voor van een Slapende Venus die wordt begluurd door twee saters, dat van de hand van Paulijn zou kunnen zijn (nr. 24) [11]. Het werk staat te boek als ‘toegeschreven aan Peter Paul Rubens’, met wie het werk in ieder geval niets te maken heeft.33 Hoewel er onvoldoende vergelijkingsmateriaal voor handen is – zoals afbeeldingen van werken van Paulijn met vergelijkbare onderwerpen – om zeker te zijn van de toeschrijving, lijkt het kleine werkje min of meer consistent met de schildertrant van Paulijn en is de schilder bovendien een logische kandidaat, in aanmerking genomen wat we inmiddels over hem weten. Of dit nu een schilderijtje was om ‘zich wegen den maker [te] schamen’, om met Houbraken te spreken, is misschien wat veel gezegd, maar gezien de maat en het uitgesproken voyeurisme gaat het om een werkje dat alleen achter gesloten deuren bekeken mocht worden.

De dood van Horatius in 1684
Algemeen wordt aangenomen dat Paulijn stierf ‘in of na 1682’, omdat Paulijn in dat jaar twee werken signeerde en dateerde ­– een in Denemarken (nr. 5) en een in Schotland (nr. 6). De Deens/Duitse predikant en schrijver Friedrich Breckling (1629-1711) noteerde echter in zijn dagboek dat Horatius Paulijn in 1684 stierf.34 Brecklings dagboek biedt een bondig overzicht van zijn eigen activiteiten en dat van het radicaal-piëtistische transnationale netwerk waartoe hij behoorde. Al vóór 1672 was hij bevriend met Tanneke Denijs. Het feit dat Breckling Paulijns overlijden noemt, wil zeggen dat Paulijn steeds verbonden is gebleven met dit netwerk. Breckling noteerde alleen jaarlijks de namen van overleden personen die voor hem van belang waren en vermeldt dus helaas niet waar Paulijn stierf. Na de dood van haar man keerde Martha Steeds met haar twee dochters terug naar Amsterdam, waar zij in 1698 stierf. Zij werd begraven op 2 juli 1698 op het Karthuizer kerkhof, vanuit de Lindenstraat bij de Noordermarkt.35

Zoals Houbraken al schreef, was Paulijn ‘een man, die de godsvrucht beminde’, en wel dusdanig, dat het zijn leven en dat van zijn gezin volledig bepaalde en hem wellicht dwong min of meer buiten het bereik van overheden en de kerk te blijven. Zijn werk als schilder moet wel op de tweede plaats zijn gekomen. Dit biedt een verklaring voor het feit dat er maar zo weinig van zijn werken bewaard gebleven. Bovendien kon een deel van zijn werk het daglicht niet verdragen door de clandestiene inhoud ervan.

5
Juriaan Broeck naar Johannes Rothé
De prins van Orange, de groote afgodt van Hollandt 1674
ets, 152 x 142 mm
Amsterdam, Rijksmuseum, inv.nr. BI-B-FM-063

6
Horatius Paulijn
Portret van Lady Cunyngham ca. 1668-1670
olieverf op doek, 37 x 30,5 cm
verblijfplaats onbekend
Foto collectie RKD

#

7
Anoniem
De godt Israels, en syne baniere 1673
gravure, 190 mm × 120 mm
in: Johannes Rothé, Een nieuwe hemel en aerde. Het nieuwe Jerusalem […], Amsterdam 1673
Den Haag, Koninklijke Bibliotheek

8
Horatius Paulijn
Portret van Emilia Balfour, Countess of Moray (ca. 1635-1683) 1682
olieverf op doek, 61 x 46 cm
Schotland, particuliere collectie
Foto Carla van de Puttelaar

9
Portret van Sophia Amalia Moth (1654-1719), hertogin van Samsø, minnares van Koning Christiaan V van Denemarken 1682
olieverf op doek, 46 x 51 cm
Haslev, Gisselfeld Kloster, cat.nr. 50 (1918)

10
Toussaint Gelton
De ontvoering van Helena van Troje door Paris
olieverf op paneel, 21,9 x 17,6 cm
Copenhagen, SMK - National Gallery of Denmark, inv.nr. KMS14a

11
Toegeschreven aan Horatius Paulijn
Slapende Venus met Cupido, bekeken door twee saters
olieverf op paneel, 21 x 19,5 cm
Copenhagen, SMK - National Gallery of Denmark, inv./nr. KMS13


Oeuvrelijst van Horatius Paulijn

Van de werken in deze lijst zijn er tien met een afbeelding; de andere zijn alleen bekend uit beschrijvingen (in collectie- en veilingcatalogi).

Drie werken worden aan Paulijn toegeschreven. De andere 21 zijn in catalogi opgenomen als werken van Horatius Paulijn. Gezien de geringe bekendheid van de schilder is het aannemelijk dat deze als zodanig zijn gecatalogiseerd op basis van leesbare signaturen, ook als dit niet specifiek vermeld wordt.


Portretten


1
Portret van Lady Cunyngham ca. 1668-1670
Olieverf op doek, 37 x 30,5 cm
Verblijfplaats onbekend
RKDimages kunstwerknr. 304068


2
Toegeschreven aan Horatius Paulijn (toeschrijving Iconographisch Bureau, 1983)
Portret van Jacob van Ring (?-1678), c. 1673 (pendant van nr. 3)
Olieverf op doek, waarschijnlijk ca. 44 x 38 cm
Canada, particuliere collectie (1976)
RKDimages kunstwerknr. 129340

3
Portret van Maria Heymerick (ca. 1630-1708) (pendant van nr. 2)
Linksmidden: Horatius Paulyn, fecit 16[.]73
Olieverf op doek, 44 x 38 cm
Veiling Drouot Parijs, juni 1983, lot 29
RKDimages kunstwerknr. 131368


#

4
Portret van Michiel de Ruyter (1607-1676), vermoedelijk in of voor 1676
Vermoedelijk gesigneerd
Olieverf op doek (vermoedelijk), ca. 33 x 26 cm
Veiling Sir Robert Strange, Londen (Christie) 2 Februari 1772, lot 81
RKDimages kunstwerknr. 303580

5
Portret van Sophia Amalia Moth (1654-1719), hertogin van Samsø, minnares van Koning Christiaan V van Denemarken
Rechtsboven: Horatius Paulii[.]; linksboven: Pinxit / 1682
Olieverf op doek, 46 x 51 cm
Gisselfeld Kloster, Haslev
RKDimages kunstwerknr. 190918


6
Portret van Emilia Balfour, Countess of Moray (c. 1636-1683)
Rechtsonder: Horatius / Paulijn / ƒecit An / 1682
Olieverf op doek, 61 x 46 cm
Schotland, particuliere collectie (2014)
RKDimages kunstwerknr. 281032

#

7
Mansportret
28,2 x 22 cm
Kopenhagen, collectie Johan Hansen, tot 1932-1934


Stillevens


#

8
Stilleven met schedel, kaars, bladmuziek, een mandoline en folianten op een tafel tegen een donkere achtergrond (pendant van 9)
Voluit gesigneerd en 1672 gedateerd
Olieverf op paneel, 23,8 x 18,5 cm
Münster, particuliere collectie (1951)
RKDimages kunstwerknr. 303625

9
Stilleven met een helm met witte, gele en rode veren en een pistool in een rode foedraal met groene voering op een tafel tegen een donkergrijze achtergrond (pendant van 8)
Voluit gesigneerd en 1676 gedateerd
Olieverf op doek, 23,7 x 18,2 cm
Münster, particuliere collectie (1951)
RKDimages kunstwerknr. 303657


10
Interieur met een stilleven van een borstbeeld, boeken, een luit en een hoed met veren gerangschikt op een met een oosters kleed bedekte tafel
Midden: Horatio Paulynus pinxit
Olieverf op doek, 51,4 x 38,7 cm
Veiling SØRsche Sammlung, Londen (Sotheby’s), 3-4 juli 2019, lot 112
RKDimages kunstwerknr. 102092

#

11
Stilleven
Veiling Kopenhagen, collectie Lorenz Spengler (1720-1807), 1809
Falck 1917 (zie noot 29)


Genre/historie


12
Luitspeler in een interieur
Gesigneerd: HORATIUS PAVLYN FECIT
Olieverf op doek, 52 x 40 cm
Milaan, Castello Sforzesco, lot 1318
RKDimages kunstwerknr. 246568

#

13
Een oude man met een schedel, ‘in de trant van Frans van Mieris geschilderd’
Olieverf, 18,5 x 8,24 Zoll (= ca. 48 x 21,5 cm)
Veiling Christian Danneskjold (1702-1728), januari 1732, lot 117
Falck 1917 (zie noot 29)


#

14
Een astronoom, ‘zeer bekwaam geschilderd door Horat. Paulin’
Olieverf, 1 voet 1,25 zoll x 10,75 zoll (= 34,65 x 28 cm)
Veiling Christian Danneskjold (1702-1728), januari 1732, lot 192
Falck 1917 (zie noot 29)

#

15
Een dame in haar kamer, 'in het algemeen wat moeizaam geschilderd'
Olieverf, 1 voet 1,25 zoll x 9,5 zoll (= 34,7 x 24,7 cm)
Veiling Christian Danneskjold (1702-1728), januari 1732, lot 194
Falck 1917 (zie noot 29)


#

16
Een oude man die de dood in de ogen kijkt, 'door Horatius Paulin'
Olieverf op doek, 19,5 x 16,5 zoll (= 50,7 x 42,9 cm)
Veiling Otto Thott, Kopenhagen, 1787, lot 62
Falck 1917 (zie noot 29)

#

17
Een jonge vrouw aan een tafel gezeten
Veiling Lorenz Spengler (1720-1807), Kopenhagen, 1809, p. 28
Falck 1917 (zie noot 29)


18
Toegeschreven aan Horatius Paulijn (toeschrijving F.G. Meijer, 2016)
Jonge vrouw met een portfolio en een borstbeeld in een interieur (allegorie op de tekenkunst)
Olieverf op paneel, 23,5 x 19 cm
Veiling Fontainebleau (Jean-Pierre Orsenat), 29 januari 2017, lot 109
RKDimages kunstwerknr. 281033


Naakten/erotische tafereeltjes


#

19
Venus en Cupido, liggend op een sofa
Olieverf op doek, 19, 5 x 8,75 Zoll (= 29,9 x 22,8 cm)
Veiling Otto Thott, Kopenhagen, 1787, lot 578; veiling Kopenhagen (N. Steenmann), 1796
Falck 1917 (zie noot 29)

#

20
‘Venus ligt te slapen op een bed, met de slapende Amor in haar rechter arm, de linker ligt onder haar hoofd. Terzijde ligt een hoeveelheid bloemen. De goed getekende figuren zijn geschilderd met een zeer zacht penseel. Het coloriet is natuurlijk’
Olieverf op paneel, 16 x 22,25 Zoll (= 41,6 x 57,85 cm)
Veiling Frederik Conrad Bugge, Kopenhagen, 21 augustus 1837, lot 324
Falck 1917 (zie noot 29)


#

21
‘In een rijk gedecoreerd vertrek ziet men een zojuist in slaap gevallen, vrijwel naakte figuur, die een spiegel in de hand houdt’
Veiling Frederik VII, Kopenhagen, 7 oktober 1864, lot 403
Falck 1917 (zie noot 29)

#

22
‘Een op de achtergrond staande satyr trekt de sluier van een slapende Venus weg’
Veiling Frederik VII, Kopenhagen, 7 oktober 1864, lot 404
Falck 1917 (zie noot 29)


#

23
Lovers in an Interior
Olieverf, 11,5 x 10,5 inch (= 29,2 x 26,7 cm)
Veiling Londen (Christie), 27 februari 1948, lot 82
Hofstede de Groot-fiche 1393726 (RKDexcerpts nr. 390514)

24
Toegeschreven aan Horatius Paulijn (toeschrijving R. van Leeuwen, 2022)
Slapende Venus met Cupido, bekeken door twee saters
Olieverf op paneel, 21 x 19,5 cm
Kopenhagen, SMK - Statens Museum for Kunst, inv.nr. KMS13
RKDimages kunstwerknr. 303576


Noten

1 H. Horn en R. van Leeuwen, Houbraken Translated. Arnold Houbraken's Great Theatre of the Netherlandish Painters and Paintresses, Den Haag 2021; A. Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen ... zijnde een vervolg op het schilderboek van K. van Mander, 3 dln., Amsterdam 1718-1721.

2 Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen ... zijnde een vervolg op het schilderboek van K. van Mander, Amsterdam 1718-1721, 3 dln., dl. 3 (1721), pp. 186-187; H. Horn en R. van Leeuwen, Houbraken Translated. Arnold Houbraken's Great Theatre of the Netherlandish Painters and Paintresses, Den Haag 2021, pp. 180-189.

3 J.C. Weyerman, De levens-beschryvingen der Nederlandsche konst-schilders en konst-schilderessen, met voorafgaande aanmerkingen over het betamelyke en het wanvoeglyke van de schilderkonst, benevens een korte levensschets [..], 4 dln. Den Haag 1729-1769, dl. 3, pp. 26-27.

4 Bode (1883) en Von Wurzbach (1910) stellen ten onrechte dat Paulijn hetzelfde monogram ‘HP’ gebruikte als Hendrick Pot (W. Bode, Studien zur Geschichte der holländischen Malerei, Braunschweig 1883, pp. 157-161; A. von Wurzbach, Niederländisches Künstler-Lexikon auf Grund archivalischer Forschungen bearbeitet, 1906-1911, 2 dln., dl. 2, pp. 313, 348). Bredius en Haverkorn van Rijsewijk (1887) schrijven terecht dat Hendrick Pot nogal ongelijkmatig schilderde, maar dat er geen reden is om die werken toe te schrijven aan een andere schilder, bijvoorbeeld Horatius Paulijn (A. Bredius en P. Haverkorn van Rijsewijk, 'Hendrick Gerritsz. Pot', Oud Holland 5 (1887), pp. 161-176, i.h.b. p. 175, noot 1 en p. 176). Paulijn ondertekende voluit: 'Horatio Paulynus pinxit' of 'Horatius Paulyn fecit'. De oude verwarring Paulijn/Pot wordt herhaald in M. Walicki, 'Materiały do "Katalogu malarstwa holenderskiego w Polsce", 1. Hendrik Pot czy Horatius Paulijn?', Rocznik historii sztuki 2 (1961), pp. 131-154. Een HP gemonogrammeerd schilderij in Chapel Hill (North Carolina), Ackland Art Museum, dat nog altijd op naam van Horatius Paulijn stond, is door ondergetekende aan Hendrick Pot toegeschreven. Zie RKDimages kunstwerknr. 303441.

5 De tekst luidt: ‘den 7 april 1668 compareerden Horatius Paulijn van Baet schilder oud 24 jare ouders doot geast met Niclaes Elhuig woont ind Cromme Tuijnstraet ende Martha Steets van Swol out 28 jare ouders doot geast met Johanna Eelhuige woont op Zeedijck’. Stadsarchief Amsterdam, Doop-, trouw- en begraafboeken, toegangsnummer 5001, inv.nr. 491, p. 441. Zie ook themasite Herkomstonderzoek, Stadsarchief Amsterdam, 2016 en deze kunstenaar in Ecartico.

6 Stadsarchief Amsterdam, Doop-, trouw- en begraafboeken, toegangsnummer 5001, inv.nr. 44, pp. 247, 321; inv.nr. 119, p. 22; inv.nr. 1249, p. 225; 1231, p. 51. Barbara trouwde in 1693 met de plaatdrukker Jan de Ridder.

7 A. Jager, 'Selling paintings to Sweden: Toussaint Gelton’s correspondence with Pontus Fredrik de la Gardie', Oud Holland 133 (2020) 2, pp. 108-126, i.h.b. pp. 110-111.

8 G. Rasmussen (met een voorwoord van K. Madsen), 'Toussaint Gelton', Kunstmuseet Aarsskrift 3 (1916), pp. 133-142 (vertaald in: R. van Leeuwen en J. Roding (eds.), Gerson Digital: Denmark. Artistic Exchange between the Netherlands and Denmark 1600-1800, i.h.b. § 8.4).

9 In het Stadsarchief Amsterdam is een doorgehaalde acte te vinden van 11 april 1665 van de ondertrouw van Hendrick van Swinderen en Tanneke Denijs: Stadsarchief Amsterdam, Doop-, trouw- en begraafboeken, toegangsnummer 5001, inv.nr. 686, p. 213. Anna/Tanneke Denijs werd op 12 juni 1638 in Bloemendaal geboren, zie https://www.genealogieonline.nl/stamboom-ocken/I00942.php. Over haar: Mirjam de Baar, ‘Denijs, Tanneke’, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. Hendrick van Swinderen was een zoon van schilder/gerechtsschrijver Johannes van Swinderen (1594-1636). De zonen van Hendrick en Tanneke werden kunstenaars: Johannes van Swinderen (geboren 1670) was medailleur en Bartholomeus van Swinderen (1672-1730) prentkunstenaar.

10 M. de Baar, 'Prophetess of God and prolific writer. Antoinette Bourignon and the reception of her writings', in: Suzan van Dijk et al. (red.), ‘I have heard about you’. Foreign women’s writing crossing the Dutch border: from Sappho to Selma Lagerlöf, Hilversum 2004, pp. 136-149, i.h.b. pp. 140-141.

11 Andere kunstenaars van wie dit bekend is, zijn Anna Maria van Schurman (1607-1678), Maria Sibylla Merian (1647-1717) en Jan Luyken (1649-1712)

12 De datering werd eerder gelezen als 1633, wat gezien de kleding (en de signatuur van Paulijn) onmogelijk is. Als het laatste cijfer inderdaad als een 3 moet worden gelezen, zal de datering als 1673 moeten worden gelezen. Het echtpaar trad in 1671 in het huwelijk (ondertrouw: Stadsarchief Amsterdam, Doop-, trouw- en begraafboeken, toegangsnummer 5001, inv.nr. 688, p. 254, 08-08-1671) en Jacob van Ring overleed op 30 september 1678.

13 H. Horn en R. van Leeuwen, Houbraken Translated. Arnold Houbraken's Great Theatre of the Netherlandish Painters and Paintresses, Den Haag 2021, pp. 130-139; zie ook H. Horn, The golden age revisited. Arnold Houbraken's Great Theatre of Netherlandish painters and paintresses, 2 dln., Doornspijk 2000, p. 313.

14 A. Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen ... zijnde een vervolg op het schilderboek van K. van Mander, 3 dln., Amsterdam 1718-1721, dl. 3, p. 186; H. Horn en R. van Leeuwen, Houbraken Translated. Arnold Houbraken's Great Theatre of the Netherlandish Painters and Paintresses, Den Haag 2021, pp. 180-189. Dit bedrag komt overeen met 500 gulden, zie F. Lammerse en J. van der Veen, Uylenburgh & Zoon. Kunst en commercie van Rembrandt tot De Lairesse 1625-1675, Zwolle 2006, p. 226.

15 Over het Rampjaar: L. Panhuysen, Rampjaar 1672. Hoe de Republiek aan de ondergang ontsnapte, Amsterdam 2009. Over het inzakken van de kunstmarkt vanaf 1672: P. Bakker, 'Crisis? Welke crisis? Kanttekeningen bij het economisch verval van de schilderkunst in Leiden na 1660', De zeventiende eeuw 27 (2011), pp. 232-269. Ik werk aan een artikel over de mobiliteit van Noord-Nederlandse kunstenaars als gevolg van het Rampjaar.

16 F. Lammerse en J. van der Veen, Uylenburgh & Zoon. Kunst en commercie van Rembrandt tot De Lairesse 1625-1675, Zwolle 2006, pp. 110-114.

17 Houbraken, De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen ... zijnde een vervolg op het schilderboek van K. van Mander (3 dln.), Amsterdam 1718-1721, dl. 3 (1721), pp. 186-187; H. Horn en R. van Leeuwen, Houbraken Translated. Arnold Houbraken's Great Theatre of the Netherlandish Painters and Paintresses, Den Haag 2021, pp. 180-189. Over Rothé: F. Sierhuis, 'Transnational networks and radical religion: Johannes Rothe and the construction of prophetic charisma', Journal of the Society for Renaissance Studies 5 juli 2021.

18 J. Rothe, Eenige prophetien en revelatien Godts, aengaende de christen werelt in dese eeuw. Neffens eenige annotatien tot nader verstant der selver, Amsterdam (Pieter Arentsz) 1672.

19 J. Rothé, De prins van Orange - De groote afgodt van Hollandt, 1674, titelprent.

20 Sara Hartlib was de dochter van de bekende Samuel Hartlib (c. 1600-1660).

21 J.A. Steiger (red.), Friedrich Breckling, Autobiographie. Ein frühneuzeitliches Ego-Dokument im Spannungsfeld von Spiritualismus, radikalem Pietismus und Theosophie, Tübingen 2005, pp. 40, 43, 45, 48, 64, 65, 83 en 92.

22 Haar zoon Bartholomeus van Swinderen werd op 27 december 1672 in Haarlem geboren. Zie ook M. de Baar, 'Prophetess of God and prolific writer. Antoinette Bourignon and the reception of her writings', in: Suzan van Dijk et al. (red.), ‘I have heard about you’. Foreign women’s writing crossing the Dutch border: from Sappho to Selma Lagerlöf, Hilversum 2004, pp. 136-149, i.h.b. pp. 140-141.

23 J. Rothé, Een nieuwe hemel en aerde. Het nieuwe Jerusalem. De weder-oprechtinge aller dingen, volgens (Act. 3. 21.) De Koningk Melchizedeck, (Gen: 14. 18 Hebr: 7. 1.) De baniere (of) standaert Godts, De werelt voorgestelt tot een heylige opmerckinge. Een voorloopende tydinge van't volgende nieuws voor Israël (3de druk), Amsterdam 1673, pp. 19-20, ill. pp. 5, 7 en 10 (https://books.google.nl/books?id=lbWHjgEACAAJ, geraadpleegd 2022).

24 F. van Lamoen, ‘Chiliast contra stadhouder: Johannes Rothé (1628-1702)’, Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 22 (1999), pp. 143-160, i.h.b. p. 153.

25 W.P.C. Knuttel in P.J. Blok en P.C. Molhuysen (red.), Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, 10 dln., dl. 1, pp. 297-298; F. van Lamoen, ‘Chiliast contra stadhouder: Johannes Rothé (1628-1702)’, Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 22 (1999), pp. 143-160, i.h.b. pp. 156-157.

26 Meschman werd ca. 1628 in Hamburg geboren en ging op 20 maart 1676 in Amsterdam in ondertrouw met Anna Maria Hennekijn of Hennkis (geboren ca. 1642 in Rauwerd, Friesland). Stadsarchief Amsterdam, Doop-, trouw- en begraafboeken, toegangsnummer 5001, inv.nr. 503, p. 23). De wissel wordt m.i. verkeerd uitgelegd door Lammerse en Van der Veen; zij gaan er vanuit dat Paulijn een getuige was voor een lening van Meschman aan Uylenburgh, zie F. Lammerse en J. van der Veen, Uylenburgh & Zoon. Kunst en commercie van Rembrandt tot De Lairesse 1625-1675, Zwolle 2006, p. 226, pp. 104 en 226. Het ging om een bedrag van voor een bedrag van 118 gulden en 14 stuivers; A. Bredius, Künstler-Inventare. Urkunden zur Geschichte der holländischen Kunst des XVIten, XVIIten und XVIIIten Jahrhunderts, 8dln., Den Haag 1915-1921, dl. 5 (1918), pp. 1675-1676.

27 M. de Baar, 'Prophetess of God and prolific writer. Antoinette Bourignon and the reception of her writings', in: Suzan van Dijk et al. (red.), ‘I have heard about you’. Foreign women’s writing crossing the Dutch border: from Sappho to Selma Lagerlöf, Hilversum 2004, pp. 136-149, i.h.b. pp. 140-141; J.A. Steiger (red.), Friedrich Breckling, Autobiographie. Ein frühneuzeitliches Ego-Dokument im Spannungsfeld von Spiritualismus, radikalem Pietismus und Theosophie, Tübingen 2005, p. 43. Volgens De Baar had Tanneke Denijs mogelijk een verhouding met Kuhlmann.

28 M. Bodelsen et al., Weilbachs Kunstnerleksikon, 3 dln., Kopenhagen 1947-1952, dl. 2, pp. 530-531.

29 G. F[alck], 'Et billede af Horatius Paulyn', Kunstmuseets Aarsskrift 4 (1917), pp. 179-181.

30 Een aanvulling op de door G. Falck genoemde werken in Deense collecties is het mansportret van ‘Haratius Paulein’ in de collectie van de verzamelaar Johan Hansen (1861-1943) (nr. 7). Zie Fortegnelse over Generalkonsul Johan Hansens Samling af dansk Kunst (Kastelsvej 16), Kopenhagen 1927, p. 11, nr. 1281. De collectie Hansen werd in dertien veilingen verkocht in de jaren 1932-1934.

31 A. Jager, 'Selling paintings to Sweden: Toussaint Gelton’s correspondence with Pontus Fredrik de la Gardie', Oud Holland 133 (2020) 2, pp. 108-126, 123, noot 26.

32 De website van het SMK (Statens Museum for Kunst) bevat ook een kopie door Toussaint Gelton (die TG gemonogrammeerd zou zijn) naar een pornografisch schilderijtje in dezelfde collectie van (of naar?) Agostino Carracci (1557-1602): inv.nrs. KMS16 en KMS16a.

33 Op de website van het SMK (Statens Museum for Kunst), niet in O. Koester, Flemish Paintings 1600-1800, Kopenhagen 2000.

34 De publicatie van dit egodocument in 2005 is tot nu toe aan de aandacht van de kunsthistorici ontsnapt. J.A. Steiger (red.), Friedrich Breckling, Autobiographie. Ein frühneuzeitliches Ego-Dokument im Spannungsfeld von Spiritualismus, radikalem Pietismus und Theosophie, Tübingen 2005, p. 65. Over Breckling, zie V.E. Franke, Rebel with a Cause. Gesellschaftliche Reform und radikale religiöse Aufklärung bei Friedrich Breckling (1629-1711), Münster 2021.

35 Stadsarchief Amsterdam, Doop-, trouw- en begraafboeken, toegangsnummer 5001, inv.nr. 1168, p. 68.

Cookiemelding

Tijdens het surfen op het internet worden uw voorkeuren onthouden door middel van cookies. Cookies zijn kleine tekstbestanden die door een internetpagina op een pc, tablet of mobiele telefoon worden geplaatst. Cookies worden gebruikt om uw gebruikerservaring te verbeteren door het anoniem monitoren van webbezoek, het delen van informatie op social media mogelijk te maken, de effectiviteit van online marketingcampagnes te meten en om online advertenties aan te passen aan uw interesses. Door te surfen op deze website gaat u akkoord met het plaatsen van cookies.
Ik ga akkoord