2020

RKD BULLETIN

Egberdiens doel. Een onderzoek in het archief van gallery rg

Lot Fakkeldij

De archieven van het RKD zijn natuurlijk belangrijk voor de bestudering van de Nederlandse kunst, maar dat ze ook mogelijkheden bieden voor onderzoek naar kunst uit voormalig koloniaal gebied is nog maar weinig bekend. Met dit artikel wil ik daar verandering in brengen. In 2015 heeft Egberdien van Rossum [1] haar archief overgedragen aan het RKD [2]. Het betreft ruim twee meter aan brieven, documenten, foto’s, krantenknipsels en tijdschriften over gallery rg: een galerie in Willemstad op Curaçao voor eigentijdse kunst, die bestond van 1966 tot 1980. Het archief is van belang voor het begrip van het Antilliaanse kunst- en cultuurbeleid tijdens de jaren zestig en zeventig. Bij wijze van introductie probeert dit artikel antwoord te geven op twee vragen. Wat beoogde Egberdien van Rossum met haar galerie? En welke rol vervulde zij in het Antilliaanse culturele leven?

Egberdien van Rossum
Van Rossum werd in 1921 in Rotterdam geboren als Egberdien de Goede. Na een opleiding tot apothekersassistente trouwde zij in 1954 met Will van Rossum, die werkzaam was bij het departement van Economische Zaken in Den Haag. In 1955 werd hem de functie van handelscommissaris voor het Caribisch gebied aangeboden met als standplaats Curaçao. Het echtpaar vertrok per boot naar het eiland, om daar te blijven wonen tot 1980. De eerste jaren waren weinig uitdagend voor haar en ze zocht iets om omhanden te hebben. Toen ze hoorde over de sluiting van de lokale Galerie de Boog, die bestond van 1959 tot 1966, nam Van Rossum het besluit om een eigen galerie te beginnen.1 In 1966 opende gallery rg haar deuren in de Keukenstraat, zonder hoofdletters, en waarbij ‘rg’ staat voor ‘Van Rossum-de Goede’ [3]. Als autodidact kocht zij overzichtswerken aangaande moderne kunst en (collectie)catalogi van de meeste Nederlandse musea voor moderne kunst, zoals het Stedelijk Museum Amsterdam, het Rotterdamse Boijmans van Beuningen en het Van Abbemuseum in Eindhoven. Van Rossum richtte zich in eerste instantie op eigentijdse grafiek, keramiek, wandkleden en sieraden. Tijdens de verlofperioden van haar man reisde zij met hem naar Nederland om contact te leggen met Nederlandse kunstenaars. Onder de kunstwerken die Van Rossum heeft geëxposeerd, behoren onder andere grafiek van Bart Filet (1947), keramiek van Marijke van Vlaardingen (1942), wandkleden van Krijn Giezen (1939) en sieraden van Bruno Ninaber van Eyben (1950) [4]. Zij was vooral aangetrokken tot de experimentele werken die van materialen waren vervaardigd die voorheen nooit gebruikt werden in de kunst. Vanaf de jaren zeventig exposeerde zij ook werk van Antilliaanse kunstenaars, waaronder Hipólito Ocalia (1916-1984), Enrique Olario (1891-1977) en José Capricorne (1932). Aan Ocalia bewaart Van Rossum goede herinneringen: ‘Wat een vreugde in temperament, kleur en uitbeelding! […] Hij voegde zaagsel toe aan zijn werk waardoor zijn schilderijen een driedimensionaal aanzicht kregen. Ocalia was een natuurtalent, geheel authentiek. Een echte etnische volkskunstenaar’ [5].2

Na de pensionering van haar man en de sluiting van de galerie op Curaçao vertrok het echtpaar in 1980 naar Lakeland, Florida. Daar opende Van Rossum een nieuwe gallery rg, al bleef deze maar acht maanden bestaan, omdat het niet lukte voldoende interesse te wekken bij het Amerikaanse publiek. Wel bleef zij in Florida werkzaam als art consultant. Van Rossum organiseerde daar tentoonstellingen en begon bij het plaatselijke televisiestation van Tampa haar eigen televisieprogramma: Get a Kik out of Art. Toen haar man in 1989 overleed, keerde zij terug naar haar geboortestad Rotterdam.3

Ambities
Tijdens het onderzoek van het archief gallery rg bleek al snel dat Van Rossum meer voor ogen had dan alleen het verkopen van kunst. Een van de belangrijkste overwegingen om een galerie op Curaçao te openen, was dat ‘ze het bijzonder spijtig vond dat men op Curaçao verstoken zou moeten blijven van de internationale eigentijdse kunst’.4 Deze gedachte groeide uit tot een ambitieuze missie, die de rest van haar leven zou bepalen. Elk krantenartikel en elke brief uit het archief is doorspekt met zinnen als ‘het tonen van goede kunst van hoge kwaliteit’, het ‘stimuleren en aanmoedigen van Antilliaans talent’ en ‘commercieel kun je mijn werk niet noemen, eerder educatief’. Precies die zinnen beschrijven de redenen waarom zij zich op Curaçao zo actief heeft ingezet voor het verspreiden van de moderne kunst.

Op het moment dat Van Rossum op Curaçao aankwam, werd de beeldende kunst daar als minder belangrijk beschouwd. Voor podiumkunsten als theater bestond meer belangstelling. De beeldende kunstenaars die er waren, kregen nauwelijks de gelegenheid hun werk te tonen en verlieten Curaçao, omdat zij daar niet van hun werk konden leven.5 In dit ‘kille’ kunstklimaat wilde Van Rossum voor verandering zorgen. Haar doel was tweeledig: ten eerste wilde zij het publiek kennis laten maken met de verschillende vormen van moderne kunst en ten tweede vond zij het belangrijk om jong kunstenaarstalent te stimuleren. Van het begin af aan probeerde zij een breed publiek te bereiken. Behalve op eilandbewoners richtte zij zich ook op passagiers van cruiseschepen. Via een uitgekiende marketingcampagne probeerde zij een veelzijdig publiek te bereiken. Van Rossum zocht contact met managers van cruisemaatschappijen en vroeg hen om haar galerie aan te bevelen. De cruisemanagers reageerden welwillend: ‘I was very pleased to receive your letter and should be more than delighted to mention your gallery to our passengers in the course of our talks about Curaçao. […] May I suggest that you send your leaflets (about 400) to the ship.’6 Daarnaast zorgde ze ervoor dat Curaçaose kranten als Amigoe en Beurs en Nieuwsberichten over haar, over de galerie en over openingen en de inhoud van de exposities schreven.7

De eerste exposities van gallery rg toonden vooral grafiek van onder andere Jeanne Bieruma Oosting (1898-1994). Dat had een specifieke reden. Van Rossum wilde dat de geëxposeerde werken voor alle eilandbewoners betaalbaar zouden zijn. Het was te duur om schilderijen uit Nederland te verschepen. Daarnaast kon een passagier van een cruiseschip eenvoudig een grafisch kunstwerk in een kartonnen koker mee naar huis nemen. ‘Goede, voor iedereen betaalbare kunst tonen’, dat was de leuze van de kersverse galerie.8 Andere kunstdisciplines als keramiek, wandkleden en sieraden werden geleidelijk geïntroduceerd. Van Rossum wilde een zo gevarieerd en toegankelijk mogelijk aanbod van moderne, vooral avant-garde kunst tonen. Daarmee wilde zij het publiek stimuleren om de hedendaagse kunst te leren waarderen. Bij de exposities werden de bezoekers zoveel mogelijk aangespoord om hun eigen conclusies te trekken. Er hingen geen tekstbordjes: ‘Kunst moet zelf praten. Ik begreep vaak meteen wat de kunstenaar voelde op het moment dat hij het werk maakte. De betekenis komt vanzelf naar je toe. Als men de betekenis van een kunstwerk niet begreep, was er altijd de mogelijkheid om dat aan de kunstenaar te vragen bij de opening van een expositie. Daarnaast gaf ik graag rondleidingen om meer uitleg te geven over moderne kunst, ook aan schoolklassen.’9 Door het organiseren van schoolbezoeken aan de galerie moedigde Van Rossum jonge en aspirant kunstenaars aan om hun talenten te ontwikkelen. Zo schreef zij in het tijdschrift Holland Herald: ‘There is good potential on the islands, if only the artists themselves can be made aware of their talent and will work hard to express it.’10 In de loop der jaren ging Van Rossum kunstwerken van Antilliaanse kunstenaars exposeren, sommigen zelfs vaker. Dit was hun kans om hun werk op Curaçao te tonen. Door de verzending van drukwerk en catalogi van gallery rg naar grote en bekende musea, werden Antilliaanse kunstenaars als Hipólito Ocalia, Yubi Kirindongo (1946) en Felix de Rooy (1952) ook internationaal onder de aandacht gebracht.

#

1
Leon Hermans
Portret van Egberdien van Rossum 2011

#

2
Archiefmateriaal gallery rg
Den Haag, RKD
Foto: Vicky Foster, RKD

#

3
Anoniem,
Egberdien van Rossum in de expositieruimte van gallery rg
Den Haag, RKD, Archief gallery rg (0918)

4
Bart Filet
zonder titel
zeefdruk op papier 190 x 124 mm
Den Haag, RKD, Archief gallery rg (0918)

#

5
Anoniem
Egberdien van Rossum in gesprek met Hipólito Ocalia 1973

Bovendien reikte het doel van Egberdien van Rossum zelfs verder dan haar gallery rg. Ook de openbare ruimte op Curaçao moest kennis maken met de moderne kunst. Het startsein hiervoor werd gegeven middels een brief aan de Nederlandse minister van Sport, Cultuur en Recreatie: ‘Enige tijd geleden vond te gallery rg een bijeenkomst plaats, waarbij van gedachten werd gewisseld over het aanbrengen van kunstwerken aan, in of voor gebouwen van de overheid. […] Hiermede wordt nagestreefd, dat grote delen van de bevolking veelvuldig op ongezochte wijze met de beeldende kunst in haar verschillende schakeringen in aanraking kan komen en er geleidelijk mee vertrouwd raakt. Het nageslacht zal zich mede hierdoor een begrip vormen van het beeldend vermogen van onze tijd.’11 Van Rossum streefde ernaar om de 1-1,5% regeling in te voeren op Curaçao. Een percentage van het totale bouwbudget zou aan de kunst moeten worden besteed. In een hoorzitting in de Statenzaal over deze kwestie hield ze een sterk betoog waaruit tevens haar doelstelling duidelijk naar voren kwam. In de tekst van haar toespraak is te lezen: ‘Door onbekendheid met kunst voelt men er ook niet de culturele en opvoedende waarde van aan. Men vindt het gewoon niet nodig, dat geld wordt besteed voor kunstwerken, waarmede men niets kan uitrichten. Dit nu, is beslist onjuist, want: cultuur is iets, dat in ieder volk leeft en er spontaan moet uitkomen. […] Men verrijkt zijn gedachten met moderne kunst, staat meer open voor indrukken, kan ook eens meepraten, en het allerbelangrijkste: de kunstenaars worden niet meer voor andersdenkend aangemerkt, als mensen die buiten de maatschappij zouden staan. Dat speelt in de Antillen nog steeds heel sterk.’12

Zijn Van Rossums ambities waargemaakt?
Het is de vraag of Van Rossum haar doelen heeft bereikt. Misschien juist omdat zij met de galerie geen nadrukkelijk commercieel belang voor ogen had, bleef de financiering een heikel punt. Zo werkte Van Rossum voor de galerie zonder salaris en leed ze doorlopend verlies door hoge verpakkings-, vervoers-, en verzekeringskosten. Het drukwerk gemaakt ter gelegenheid van de exposities betaalde ze uit eigen zak en gallery rg vroeg geen entreekosten. De Sticusa (Stichting Culturele Samenwerking) leverde in de eerste jaren een bijdrage in de vorm van transportkosten van kade tot kade, indien het een collectie uit Nederland betrof. Deze steun kwam in 1973 echter onverwachts te vervallen. gallery rg zou te ‘commercieel’ zijn, in plaats van een cultureel centrum.13 Van Rossums poging om de in Nederland geldende aankoopsubsidieregeling op Curaçao in te voeren was ook niet succesvol, zo is te lezen in een brief van het Nederlandse ministerie van Cultuur: ‘De regeling is uitsluitend van toepassing op tentoonstellingen die op Nederlands grondgebied worden gehouden. […] Hoewel Curaçao deel uitmaakt van het Koninkrijk der Nederlanden, is het geen Nederlands grondgebied.’14 De economische crisis van 1969-1970 in de Verenigde Staten deed de zaken ook geen goed. Het aantal cruises en toeristen verminderde, waarmee een belangrijke markt wegviel. Bovendien werd er lokaal nauwelijks iets aangekocht. Dit alles maakte dat de galerie nooit een commercieel succes werd.

Ondanks de financiële tegenvallers heeft Egberdien van Rossum wel bekendheid aan eigentijdse kunst kunnen geven en hier was het haar immers allemaal om begonnen. De krantenartikelen uit het archief over de hoge bezoekersaantallen wijzen althans in die richting. In Beurs en Nieuwsberichten is te lezen: ‘Het aantal belangstellenden voor deze opening overtrof de capaciteit van de expositieruimte en de koeling in ruime mate. […] Als het een exposant uit eigen kring betreft, loopt het letterlijk de spuigaten uit; naast de habitués komen vrienden en bekenden de galerie bevolken’ [6].15 Doordat de plaatselijke kranten uitermate positief over gallery rg schreven, was op het kleine eiland veel aandacht voor de exposities. Van Rossum organiseerde feestelijke openingen en nodigde hooggeplaatste personen uit om een openingsspeech te houden, zoals minister Da Costa Gomez, de directeur van de schouwburg J.P.C. Oosterhof, en de carnavalsvoorzitter O. Merien. Laatstgenoemde was tijdens het Curaçaose carnaval een van de belangrijkste figuren. Als sleuteldrager van Willemstad opende hij het officiële carnavalsfeest. De eilandbewoners brachten graag een bezoek aan de galerie om kennis te maken met moderne kunst. Zo schreef Beurs en Nieuwsberichten: ‘Als Egberdien van Rossum zou stoppen met haar gallery rg, dan blijft in ieder geval het gegeven dat door haar stimulerend werk het cultureel klimaat op Curaçao sterk verbeterd is.’16 Haar missie om jonge kunstenaars te stimuleren leidde zelfs tot de opening van een kleine Academie voor Beeldende Kunsten (Akademia di Arte) op Curaçao. In 1979 ontving Van Rossum uit handen van de gouverneur van de Nederlandse Antillen een koninklijke onderscheiding, als een bekroning op het voltooien van haar levensdoel: het verspreiden van moderne kunst en het stimuleren van kunstenaarstalent [7].

Er blijft één vraag over die niet beantwoord wordt met behulp van het archiefmateriaal: waarom maakte Egberdien van Rossum zich zo sterk voor juist de moderne kunst? Uit een interview van de auteur met Van Rossum wordt dat duidelijk. Als jong meisje bezocht ze met haar vader regelmatig Museum Boijmans van Beuningen. Ze waren allebei dol op moderne kunst. In 1940 zag Van Rossum de bommen vallen op haar geliefde Rotterdam. In het Nederland van vlak na de oorlog had kunst geen prioriteit. Omdat Van Rossum het kijken naar kunst miste, vertrok ze naar Zwitserland. ’Het leven gaat verder met nieuwe dingen. Het heeft geen zin om in het verleden te blijven hangen, we moeten doorgaan met vernieuwing.’ Deze visie keerde terug in haar beschouwing over de oude en moderne kunst: ‘Oude kunst staat voor het verleden en is veilig. Moderne kunst staat voor alles wat nieuw is, wat de toekomst is. Daar moeten we ons mee bezighouden. We moeten niet blijven hangen in het verleden en juist doorgaan met de dingen die nu om ons heen zijn. Sta open voor alle nieuwe dingen in het leven, ook de onbekende.’17

#

6
Anoniem
Drukte bij de opening van de expositie van Erwin de Vries 1976
Den Haag, RKD, Archief gallery rg (0918)

#

7
Anoniem
Egberdien van Rossum ontvangt een koninklijke onderscheiding 1979
Den Haag, RKD, Archief gallery rg (0918)


Noten

1 Galerie de Boog, de eerste galerie voor moderne kunst op Curaçao, werd in 1959 opgericht door de eilandbewoners May Henriquez, Barbara Smeets en Ben Smit. In De Boog werden voornamelijk hedendaagse schilderijen, grafiek en beeldhouwkunst uit Nederland geëxposeerd, van onder andere Jaap Wagemaker (1906-1972), Carel Visser (1928-2015) en Ru van Rossem (1924-2007). Net als in gallery rg kregen ook lokale kunstenaars in Galerie de Boog kans om hun werk te exposeren.

2 F. Gronert, ‘Verzamelaar: Egberdien van Rossum’, Out of Art 1 (2011), p. 37-41.

3 E. van Rossum, Door het oog van Egberdien. Voor, tijdens, na gallery rg Curaçao-Florida, Rotterdam 2012.

4 Kunstredactie, ‘Egberdien van Rossum brengt eigentijdse kunst van allure’, Beurs en Nieuwsberichten, januari 1972.

5 Kunstredactie, ‘Galeriehoudster Egberdien van Rossum: “Wat uit liefhebberij begon is nu ’n professionele bezigheid”’, Beurs en Nieuwsberichten, 10 juli 1979. Zie voor meer informatie over het artistieke en culturele klimaat op Curaçao ook: M. Jager, M. Kaiser Booi, A. Martis et al., Tropisch koninkrijk. Hedendaagse kunst van Aruba, Curaçao, St. Maarten, Bonaire, Saba en St. Eustatius, Zwolle 2013; A. Martis en J. Smit, Arte. Dutch Caribbean Art. Beeldende kunst van de Nederlandse Antillen en Aruba, Amsterdam 2002.

6 Brief van J. de Barbary, Cruise Director MS Stella Polaris, aan E. van Rossum, d.d. 29 november 1966, Den Haag, RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Archief gallery rg (0918) (RG), doos I.

7 Dat gebeurde inderdaad, getuige de vele knipsels in het archief.

8 Interview L. Fakkeldij met E. van Rossum, Rotterdam, 1 april 2019.

9 Ibidem.

10 E. van Rossum, ‘Art shop shock’, Holland Herald 6 (1971), kopie in RKD, RG, doos I.

11 Brief van E. van Rossum aan W. Godett, minister van Sport, Cultuur en Recreatie, d.d. 1 juli 1976, RKD, RG, doos X.

12 E. van Rossum, ‘Betoog hoorzitting Curaçao: Meer kunst in de openbare ruimte’, 19 juni 1978, idem, doos XII.

13 Brief van E. van Rossum aan L.A.G.O. Lashley, secretaris CCC, d.d. 15 mei 1973, idem, doos X.

14 Brief van P.J. Engels, Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, aan E. van Rossum, d.d. 30 juni 1972, idem, doos X.

15 Kunstredactie, ‘Graficus Schasfoort demonstreerde nieuwe techniek in gallery rg’, Beurs en Nieuwsberichten 21 oktober 1967.

16 Kunstredactie 1979 (noot 5).

17 Zie noot 8.

Cookiemelding

Tijdens het surfen op het internet worden uw voorkeuren onthouden door middel van cookies. Cookies zijn kleine tekstbestanden die door een internetpagina op een pc, tablet of mobiele telefoon worden geplaatst. Cookies worden gebruikt om uw gebruikerservaring te verbeteren door het anoniem monitoren van webbezoek, het delen van informatie op social media mogelijk te maken, de effectiviteit van online marketingcampagnes te meten en om online advertenties aan te passen aan uw interesses. Door te surfen op deze website gaat u akkoord met het plaatsen van cookies.
Ik ga akkoord